Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 60

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 60

Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam

3 minuten leestijd

mensch, geschapen naar den beelde Gods, die de medische wetenschap

hygiënisch wil zegenen'.^'' Voor wat betreft de rechtsgeleerdheid kan men 'in

den mensch een zich ontbolsterend natuurproduct of een doemschuldig zon-

daar; in het recht zelf een zich door functie ontwikkelend natuurorgaan of

een uit God zelf neerdalend, aan zijn Woord gebonden, kleinood' zien.^^

Niettemin heeft ook gedurende de eerste jaren van het bestaan van de VU

bepaald niet steeds overeenstemming over de invloed van deze beginselen op

het onderwijs bestaan; getuige het conflict-Lohman, waarbij centraal stond

de vraag: 'komen de Gereformeerde beginselen in Lohmans onderwijs tot

hun recht?'^«

De beschouwingen van Kuyper doen zien, dat de vrijheid van onderwijs

voor het wetenschappelijk onderwijs van fundamenteel andere betekenis is

dan voor met name het lager onderwijs, waarvan het voornaamste doel is de

kennisoverdracht; een eigen richting laat zich in die kennisoverdracht gemak-

kelijk inweven. Bovendien is de kwaliteit van het algemeen vormend lager

onderwijs over het algemeen nog wel meetbaar, zodat een akte van bekwaam-

heid voor het lager en ook het middelbaar onderwijs op grondslag van objec-

tiveerbare maatstaven is af te geven. Het wetenschappelijk onderwijs en de

kwaliteit daarvan is echter in veel mindere mate naar objectieve maatstaven

te meten; hier speelt de vrijheid van de wetenschap. Naast deze vrijheid

wordt nu ook nog de vrijheid van onderwijs gelegd, die - wanneer zij wordt

gebruikt om aan het bijzonder wetenschappelijk onderwijs richting te

geven — de vrijheid van de wetenschap eerder beperkt dan verruimt. Geleide-

lijk is men echter gaan inzien, dat een dergelijke beperking onontkoombaar is

en dat elke wetenschappelijk onderzoeker zich voor zijn onderwijs en onder-

zoek een vast uitgangspunt zal hebben te kiezen. Opmerkelijk is het verschil

tussen de opvattingen hieromtrent rond de eeuwwissehng en van kort na de

tweede wereldoorlog. Werd in 1904 over het onderwijs aan de VU nog ge-

sproken als een 'gedwongen marschroute',^" in 1946 vroeg minister Van der

Leeuw van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen zich publiekelijk af of 'de

openbare universiteit haar zogenaamd "neutraal" karakter wel kan bewa-

ren'.^' In 1949 achtte de Staatscommissie tot reorganisatie van het hoger

onderwijs het zelfs gewenst aan elke openbare universiteit de gelegenheid te

bieden een voor haar afzonderlijk geldende grondslag op te stellen. ^^

Deze ommekeer leidt tot een nieuwe paradox; terwijl immers ter ene

zijde de onbestaanbaarheid van een neutraal wetenschappelijk onderwijs

met zoveel woorden is erkend, moet toch op grond van de gekozen interpre-

tatie van de Grondwet uitgegaan blijven worden van de neutrahteit van het

openbaar wetenschappelijk onderwijs. Wanneer de individuele docent aan

27. T.a.p. blz. 33.

28. T.a.p. blz. 34.

29. Zie 'Vijfenzeventig jaar Vrije Universiteit', blzz. 106-117, en Rullmann: 'De Vrije

Universiteit, haar ontstaan en haar bestaan, 1880 — 20 Oct. — 1930'.

30. Voorlopig Verslag bij het ontwerp-Kuyper 1904 van de Eerste Kamer.

31. Bij de installatie van de Staatscommissie tot reorganisatie van het hoger onderwijs;

zie blzz. XVII e.v. van het eindrapport van de staatscommissie.

32. Zie het rapport van sectie U — 'geestelijke grondslag voor de openbare universitei-

ten' — van de staatscommissie; eindrapport van de staatscommissie, blz. 459.

50

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 60

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's