De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 229
Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam
IV. 7. De vrijheid van de keuze der leermiddelen
De vrijheid van de keuze der leermiddelen behoort tot de in de Grondwet
genoemde vrijheidsrechten.'*^ Dit vrijheidsrecht heeft een lange ontstaans-
geschiedenis. Het vindt zijn oorsprong in de bezwaren, die in de eerste helft
van de negentiende eeuw rezen tegen de op de lagere scholen verplichte
boekenlijsten.''
Het wetenschappelijk onderwijs kent vele leermiddelen. In de eerste plaats
uiteraard boeken, teksten en dergelijke. Daarnaast wordt door verschillende
faculteiten een beroep gedaan op laboratoria en researchfaciliteiten. Deze
leermiddelen kunnen variëren van het eenvoudige reageerbuisje tot een com-
pleet cyclotron. Van de leermiddelen wordt echter alleen het academisch
ziekenhuis — de werkplaats van de faculteit der geneeskunde — met zoveel
woorden in de wet WO genoemd;'^' verder wordt nog bepaald, dat het instel-
lingsbestuur van de studenten betaling kan vorderen voor de verstrekte
onderwijsbenodigdheden.'^^
Aan de keuze van de leermiddelen bij het wetenschappelijk onderwijs
worden door de wetgever eigenlijk geen beperkingen opgelegd. Wel gelden
regels van procedurele aard voor de aanschaf van leermiddelen, waarvoor in-
vesteringen ten laste van 's rijks kas benodigd zijn.'^^ Ook uitgaven voor
onder meer bibliotheekvoorzieningen, rekenfaciliteiten, audio-visuele hulp-
middelen en technische en analytische ondersteuning behoren door zowel de
openbare als de bijzondere universiteiten en hogescholen in de jaarlijkse be-
groting te worden opgenomen om langs die weg de goedkeuring van de minis-
ter te verwerven.
De keuze van de leermiddelen bij het wetenschappelijk onderwijs is dus,
behalve voorzover deze keuze financiële consequenties voor het Rijk heeft,
in beginsel geheel vrij. Deze keuze wordt vrijwel geheel door de docenten zelf
bepaald; de hoogleraar of lector schrijft aan zijn studenten hteratuur voor,
hij bepaalt al dan niet in overleg met de vakgroep welke voorzieningen voor
het onderwijs getroffen moeten worden en hij stemt al deze voorzieningen
op de inrichting van het onderwijs af. Voor wat betreft het openbaar weten-
schappelijk onderwijs is de vrijheid van de leermiddelen dan ook te be-
schouwen als een uitvloeisel van de vrijheid van de wetenschap. Bij de bijzon-
dere instellingen geldt daarentegen, dat voorzover de docenten de vrijheid
van de keuze van de leermiddelen genieten, deze vrijheid onderhevig is aan de
beperkingen, welke de richting de docenten eventueel oplegt.
IV.8. De vrijheid van de leermethode
De wijze, waarop een hoogleraar of lector de door hem te doceren leerstof
aan de studenten wil bijbrengen, staat te zijner beoordeling. De leermetho-
149. Art. 208 lid 6 van de Grondwet.
150. Zie par. 1.4.3.
151. Art. 35 wet WO.
152. Art. 77 lid 4 wet WO.
153. Art. 101 Ud 1 wet WO en de daaruit voortvloeiende 'Bouwregelen 1970'.
217
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's