Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 111

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 111

Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam

3 minuten leestijd

worden vergoed.^' Op 6 juni 1887 werd dit voorstel door de Tweede Kamer

aanvaard;^" kort daarop verwierp de Eerste Kamer echter dit voorstel.^'

Ondanks de uiteindelijke verwerping is het voorstel-Schaepman van princi-

piële betekenis geweest. Aan de aanvaarding van dit voorstel door de Tweede

Kamer werd de conclusie verbonden, 'dat de letter van art. 194 het subsi-

dieeren van het bijzonder onderwijs niet verbiedt, daargelaten of het met de

geest van het artikel zou stroken'.^^ En ook in de Eerste Kamer verklaarde

het liberale kamerlid Roëll een stelsel van subsidie voor de opleiding van

onderwijzers niet in strijd met de Grondwet te achten, 'en overeenkomstig de

billijkheid. Wanneer men vasthoudt aan de eischen van bekwaamheid, die de

Grondwet stelt, ware ik geneigd de opleiding van hen, die aan die eischen

wenschen te voldoen, zooveel mogelijk te bevorderen, al geschiedt dit ook

niet op de daartoe bestemde openbare inrichtingen'. Verder stelde hij: 'Wat

betreft de verdere subsidiën, zoo heb ik - dit herhaal ik - de overtuiging

vooralsnog niet verkregen, dat het verleenen daarvan in bepaalden strijd ware

met de Grondwet, daargelaten of het met de bedoeling der Grondwet zoude

strooken. Het wordt daardoor, mijns inziens, niet geboden, maar ook niet

verboden; de quaestie heeft men zich in 1848 niet voor oogen gesteld'.^'

III.2.2. Van pacificatie tot pacificatie

Na de grondwetsherziening van 1887, die niet leidde tot een wijziging van

het onderwijsartikel maar wel tot een herziening van het kiesstelsel, vonden

in 1888 algemene verkiezingen plaats.^" Deze verkiezingen brachten een

schoolwet-ministerie^' onder leiding van de anti-revolutionair Mackay^* aan

het bewind. Op 13 april 1889 diende Mackay een wetsvoorstel tot partiële

29. Het voorstel-Schaepman luidde: 'De kosten van het lager onderwijs verstrekt aan

kinderen van bedeelden of van hen, die ofschoon niet bedeeld, onvermogend zijn school-

geld te betalen, worden, naar een bij de wet vast te stellen maatstaf, aan iedere school

door zodanige kinderen bezocht, uit de openbare kassen vergoed', zie mr.

A.R. Amtzenius: 'Handelingen over de herziening der Grondwet', deel 4 blz. 309.

30. Handelingen II, VIII, blzz. 391—394. Buys spreekt van een Uchtzinnig votum, maar

erkent inmiddels wel de grondwettigheid van subsidie aan het bijzonder onderwijs: prof. mr.

J.Th. Buys: 'Studiën over Staatskunde en Staatsrecht', 1895, blz. 217. Zie Kasteel, blz. 136.

31. Zie mr. T. Sybenga: 'De Grondwet van 1887 toegelicht ook in verband met de prak-

tijk', 1921, blzz. 452—454. Hij meent: 'Bij de meesten, vooral bij hen, die deze paedago-

gische en religieuse opvattingen niet deelden, leed het geen twijfel of naar de Grondwet

van 1848 mocht een onderwijs, in de richting eener dogmatiek, van staatswege niet

worden gegeven. Geen algehele bekostiging, maar ook evenmin subsidieering van over-

heidswege. Voor deze zienswijze werd een beroep gedaan op de onuitgesproken bedoeling

des grondwetgevers van 1848, die, ja, bijzonder onderwijs, het stempel eener uitsluitende

geloofsleer dragende, heeft willen dulden, maar ook niet meer dan dat, en gewis niet heeft

kunnen gedogen dat zulk een onderwijs door financiële steun uit de openbare kas zou

worden bevorderd'.

32. Aldus het RK-kamerlid De Bruyn; Amtzenius deel 9, blz. 714.

33. Zie Amtzenius, deel 9 blz. 688.

34. Als gevolg van de grondwetsherziening vond een uitbreiding van het aantal leden van

de Tweede Kamer plaats.

35. Aldus Diepenhorst, blz. 435.

36. Zie jhr.mr. A.F. de Savomin Lohman: 'Levensbericht van mr. Aeneas baron

Mackay', 1911.-

99

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 111

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's