De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 208
Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam
wijzing in, dat bij het opstellen daarvan in de eerste plaats aan natuurlijke
personen is gedacht. Ook de wetgever heeft bij de uitwerking van de grond-
wettelijk gewaarborgde vrijheid van onderwijs niet primair het oog op in-
dividuele personen gehad. Dit komt ook in de wet WO tot uitdrukking.
Zowel de HO-wet voorheen^" als de wet WO heeft aan individuele personen
steeds de mogelijkheid gegeven om in vrijheid wetenschappelijk onderwijs te
geven. Daarbij valt op, dat terwijl de Grondwet spreekt van de 'vrijheid tot
het geven van onderwijs', de wetgeving op het wetenschappelijk onderwijs de
'vrijheid om instellingen van wetenschappelijk onderwijs te stichten'
erkent.^^ De school of de instelling van wetenschappelijk onderwijs is terecht
steeds gezien als het organisatorisch kader, waarbinnen onderwijs pleegt te
worden gegeven en waar aldus de vrijheid van onderwijs tot haar recht kan
komen. Hoewel de wetgever aan ieder individu de mogelijkheid heeft ver-
schaft om bijzondere instellingen van wetenschappelijk onderwijs te stichten,
heeft de wetgever de ontplooiingskansen van bijzondere instelHngen van
wetenschappelijk onderwijs, die niet door individuele personen, maar door
rechtspersonen zijn gesticht en worden beheerd, aanzienlijk ruimer gesteld:
alleen bijzondere instelhngen, die uitgaan van rechtspersonen met volledige
rechtsbevoegdheid,*^ kunnen voor aanwijzing, erkenning en bekostiging in
aanmerking komen. De wetgever heeft daartoe het zeer valide argument ge-
hanteerd, dat rechtspersonen in het algemeen een grotere continuïteit en
financiële draagkracht kunnen waarborgen dan individuele personen; met
name de continuïteit van bijzondere instellingen — sedert 1948 heeft de
wetgever door middel van de wet-Gielen de financiële risico's van een deel
van het bijzonder wetenschappelijk onderwijs aanzienlijk beperkt - vormt
mede de grondslag voor haar levensvatbaarheid en derhalve een rechtvaardi-
ging voor haar eventuele aanwijzing, erkenning of bekostiging.
De vraag rijst nu, wie in de zin van de Grondwet wetenschappelijk onder-
wijs geeft en uit dien hoofde een beroep op het grondrecht kan doen: is dit
de stichter/beheerder van de bijzondere instelling of de bijzondere instelling
zelf of de docent, die binnen de bijzondere instelling in de meest letterlijke
zin onderwijs geeft? Als gevolg van het feit, dat de rechtspersonen of het be-
stuur daarvan als regel aan het hoofd van de bijzondere instelling staat en
deze bestuurt,*^ kan de vraagstelhng in zoverre worden vereenvoudigd, dat in
de praktijk alleen de rechtspersoon en de individuele docenten een beroep op
de vrijheid van onderwijs zouden kunnen doen.
Gesteld nu, dat de docenten binnen een bijzondere instelling in het genot
van de vrijheid van onderwijs zouden zijn, dan zou dit betekenen, dat deze
docenten die vrijheid niet tegenover de overheid, waarmee zij immers voor
wat betreft het geven van onderwijs geen enkele rechtstreekse relatie hebben,
maar tegenover de rechtspersoon, waarvan de bijzondere instelhng, waar zij
doceren, uitgaat, geldend zouden moeten kunnen maken. De rechtspersoon
schept door het stichten van een bijzondere school of instelling van weten-
schappelijk onderwijs namelijk het organisatorische kader, waarbinnen de
60. Art. 149 HO-wet.
61. Artt. 144-145 wet WO.
62. Vgl. art. 119 wet WO.
63. Zie par. III.9.7.; vgl. art. 93 wet WO.
196
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's