De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 210
Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam
IV.3. De vrijheid tot het stichten van scholen
IV.3.1. Nieuwe instellingen
De school wordt algemeen gezien als het organisatorisch verband, waar-
binnen onderwijs pleegt te worden gegeven. De HO-wet sprak in deze geest
dan ook nog van scholen van hoger onderwijs;* de wet WO spreekt thans van
instellingen van wetenschappelijk onderwijs. De bekendste instellingen van
wetenschappelijk onderwijs zijn de universiteiten en hogescholen (ook hierin
zit weer de naam school verborgen). De wetgever is er bij het uitwerken van
de grondwettelijk gewaarborgde vrijheid van onderwijs als vanzelfsprekend
van uitgegaan, dat om onderwijs te geven scholen of insteUingen nodig zijn.
De HO-wet bepaalde, dat het iedere Nederlander en iedere vreemdeUng na
verkregen vergunning vrij stond om een bijzondere school van hoger onder-
wijs te openen; de wet WO heeft deze vrijheid nog iets verruimd door ieder,
die dat wenst, Nederlander of vreemdeling het recht toe te kennen een bij-
zondere instelUng van wetenschappelijk onderwijs te openen. Daarvan moet
vóór de opening — zulks op straffe van een boete van het weinig imponeren-
de bedrag van f 100 — kennis worden gegeven aan de minister onder over-
legging van de reglementen en statuten.*' Op gelijke vidjze dient mededeling
te worden gedaan van wijzigingen of intrekking van de statuten of regle-
menten.
Weliswaar dienen zich geregeld nieuwe instellingen van wetenschappelijk
onderwijs bij de minister aan, maar een heel beperkt aantal daarvan blijkt
levensvatbaar en komt uiteindelijk voor aanwijzing door de overheid in aan-
merking. Sedert 1960 hebben alleen enkele theologische opleidingen deze
erkenning van de overheid verworven.''' Bij de bestaande bijzondere universi-
teiten en hogescholen hebben ook wel plannen bestaan om nieuwe, aan te
wijzen, bijzondere instellingen van wetenschappelijk onderwijs te stichten;
tot verwezenlijking daarvan is het evenwel nooit gekomen.
Er is in de eerste plaats het aloude plan om het monopolie van de overheid
op het vlak van het hoger technisch onderwijs te doorbreken. Een tijd lang
heeft aan de VU de gedachte geleefd, dat een in het IJmond-gebied te
stichten vierde technische hogeschool in een soort affiliatie-verhouding tot
de VU zou komen te staan; deze gedachte is door minister Cals'^ gestimu-
leerd en door minister Diepenhorst getorpedeerd.'^ Ook is gespeeld met de
gedachte om de Technische Rijkshogeschool te Twente door overhevehng
van het Academisch Ziekenhuis bij de VU om te zetten in een bijzondere
68. Art. 2 HO-wet.
69. Artt. 144-145 en 149 wet WO.
70. Krachtens art. 144 lid 1 wet WO zendt de stichter de reglementen toe, terwijl wijzi-
gingen daarvan door de bijzondere instelling zelf moeten worden ingezonden.
71. Vgl. par. II.5.4.
72. Zie zijn nota 'Uitbreiding van het wetenschappelijk onderwijs', vgl. par. II.6.1.
73. Bijlagen bij de Handelingen II 1966—1967, no. 8906; zie ook Archief curatoren VU
1964, nos. 486 en 843, en 1965, no. 1006.
198
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's