De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 11
Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam
I. De vrij held van het hoger onderwij s in de
wetgeving van de negentiende eeuw
1.1. De wetgeving op het onderwijs tot 1815
I.l.l. De toestand vóór 1814
Tot de omwenteling van 1795 bestonden in de Verenigde Nederlanden geen
algemene onderwijsverordeningen. Behalve daar waar de steden krachtens
haar oude rechten eigen schoolreglementen vaststelden,^ was het onderwijs
zowel op de hoge als op de lage scholen een gewestelijke aangelegenheid.^ De
staatskerk was in deze periode nauw bij het onderwijs betrokken, maar miste
rechtstreeks regelende bevoegdheid;^ wel was ten tijde van de Repubhek het
hoger onderwijs gebonden aan de confessie van de Staat.'*
Onder de werking van de opvolgende Staatsregelingen van na 1795 kwam
voor het eerst een nationale — lager — onderwijswetgeving tot stand.
De Lager-Onderwijswet van 1801 werd tot stand gebracht door de eerste
Agent van Nationale Opvoeding, J.H. van der Palm. Deze wet maakte onder-
scheid tussen scholen, die werden gesticht of beheerd door of namens het
openbaar gezag, en de zogenaamde bijzondere scholen, die door bijzondere
personen of instellingen werden gesticht en beheerd. De erkenning van deze
bijzondere scholen strookte geheel met art. 53 van de Burgerlijke en Staat-
kundige Grondregels, dat ieder het recht gaf zodanig eerlijk bedrijf aan te
vangen als hij verkiezen zou.' De Lager-Onderwijswet van 1803 brak met
deze tweedeling en definieerde de openbare scholen als zodanige, 'waarin op
openbaar gezag, of na wettig bekomen Admissie of Aanstelling onderwijs
wordt gegeven'.* De Lager-Onderwijswet van 1806 tenslotte — deze wet zou
1. Vgl. mr. L.W.G. Scholten: 'Thorbecke en de vrijheid van onderwijs tot 1848', ac.pr.
VU, 1928,blz. 18.
2. Vgl. A. van den Ende: 'Geschiedkundige schets van Neêrlands Schoolwetgeving',
1846; Scholten, blz. 18, wijst er op, dat de schoolreglementen voor de Generaliteitslanden
door de Staten-Generaal werden vastgesteld.
3. Vgl. J. de Nooy: 'Eenheid en vrijheid in het nationale onderwijs onder koning Willem
r , ac. pr. Utrecht, 1939, blzz. 4 en 5; Scholten, blz. 19.
4. Vgl. P. Kasteel: 'Abraham Kuyper', ac.pr. Leuven, 1938, blzz. 240 en 257.
5. Vgl. De Nooy, blz. 20.
6. Art. 1 LO-wet 1803; voor volledige tekstoverzichten zie Van Hoorn; 'De Nederland-
sche Schoolwetgeving voor het Lager Onderwijs 1796-1907', 1907.
1
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's