Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 205

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 205

Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam

3 minuten leestijd

verleden is de onderwijswetgever er dan ook meer dan eens toe overgegaan

om bepaalde zaken te delegeren aan lagere organen.^^

Zowel de commissie Cals/Donner als het kabinet-Den Uyl kozen voor het

hanteren van eenduidige en uniforme begrippen waar het de delegatie van

wetgeving door de Grondwet betrof. Anders dan de staatscommissie stelde

het kabinet-Den Uyl voor om in het onderwijsartikel te bepalen, dat de

nodige nadere uitwerkingen daarvan 'bij of krachtens de wet' getroffen zou-

den kunnen worden.*' De Raad van State merkte daarover op, dat de wet-

gever wijs zou handelen 'door van zijn bevoegdheid een voorzichtig gebruik

te maken. Dit vooropstellende is de Raad van mening, dat tegen het voorstel

geen overwegend bezwaar behoeft te bestaan, nu ten aanzien van het bijzon-

der voortgezet onderwijs zowel als ten aanzien van het bijzonder gewoon

lager onderwijs reeds verscheidene voorbeelden zijn aan te wijzen van regelin-

gen, die krachtens de wet bij algemene maatregel van bestuur tot stand zijn

gebracht. Zulks heeft, voor zover de Raad bekend is, niet tot ernstige be-

zwaren geleid en de praktijk kan er ten zeerste mee worden gediend'."* Niet-

temin is de Tweede Kamer er voor teruggeschrokken het regeringsvoorstel te

aanvaarden.*'

Door de afwijzing van dit voorstel tot grondwetswijziging mede te baseren

op de in het voorstel vervatte mogelijkheid van delegatie heeft de Tweede

Kamer het belang van delegatie voor de vrijheid van onderwijs schromelijk

overschat en haar eigen mogelijkheden onderschat. Terecht heeft de regering

er voor wat betreft dit laatste bij haar verdediging van het wijzigingsvoorstel

herhaaldelijk op gewezen, dat ingevolge de voorgestelde redactie van het

onderwijsartikel alleen de wetgever zelf zijn regelgevende bevoegdheid zou

kunnen delegeren; met andere woorden, wanneer de Tweede Kamer de ge-

volgen van delegatie vreesde, dan behoefde dit nog niet tot een volledig uit-

sluiten van de mogelijkheid van delegatie te leiden. In plaats daarvan had de

Kamer het beginsel kunnen aanvaarden om voortaan alle wetsontwerpen,

waarin een delegatie van bevoegdheden zou worden voorgesteld, zorgvuldig

te toetsen en zo nodig te amenderen.

De afwijzing van het regeringsvoorstel door de Tweede Kamer werkt

bovendien averechts! De commissie Cals/Donner heeft er immers op ge-

wezen, dat de tekst van het huidige onderwijsartikel een delegatie van

wetgevende bevoegdheid niet behoeft uit te sluiten. Door een nieuwe redac-

tie, waarin delegatie expliciet zou zijn toegestaan, af te vwjzen werd de be-

staande redactie, die delegatie dus in beginsel mogelijk maakt, gehandhaafd.

Men zou nu kunnen betogen, dat de verwerping van het regeringsvoorstel

42. Zie Bijlagen bij de HandeUngen II 1975-1976, no. 12874 nr. 7.

43. Art. K23 lid 3 van het voorstel luidde: 'Voor zover deze aan bij of krachtens de wet

te stellen voorwaarden voldoen, worden het bijzonder basisonderwijs en de bij de wet

aangewezen andere soorten van bijzonder onderwijs naar dezelfde maatstaven als het over-

eenkomstige openbaar onderwijs uit de openbare kas bekostigd'.

44. Advies Raad van State' dd. 12 november 1975, no. 3; Bijlagen bij de Handelingen II

1975-1976, no. 13874 nr. 4.

45. Handelingen II 1976-1977, blzz. 2004-2009, 2216-2235, 2340-2352,

2360-2380, 2447-2448, 2475 en 2476-2477. Het regeringsvoorstel werd op 22 decem-

ber 1976 verworpen met 75 tegen 66 stemmen.

193

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 205

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's