Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 213

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 213

Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam

3 minuten leestijd

doelbewust m stand gehouden. Het staat zowel de overheid als de bijzondere

instellingen vrij om deze monopolies te doorbreken.

De wet WO draagt de regering op om te zorgen voor gelijkwaardige ont-

wikkelingsmogelijkheden voor de uit 's Rijks kas bekostigde universiteiten en

hogescholen. Rekening houdend met het onderscheid tussen de openbare en

de drie bijzondere instellingen worden daarbij de vereisten van een redelijke

taakverdeling in acht genomen. ^^ Het betreft hier een zeer moeilijk punt.

Enerzijds is daarover opgemerkt, dat bij een toenemende specialisatie binnen

het wetenschappelijk onderwijs het onmogelijk wordt om aan elke instelling

van wetenschappelijk onderwijs volledigheid te waarborgen; ter andere zijde

is ook de overheid erkend, dat, wil 'de door het beginsel van de gelijkwaar-

dige ontwikkelingsmogelijkheden beoogde materiële vrijheid ook van het

wetenschappelijk onderwijs haar effect hebben, dan dient zulk een instelling

in zoverre dit redelijkerwijze mogelijk is open te staan voor allen die oplei-

ding' op de eigen grondslag van een bijzondere instelling begeren. 'Meer be-

paaldelijk geldt dit, wanneer met betrekking tot een godsdienstige grondslag

slechts één wetenschappelijke instelling aanwezig is'.^^

De erkende en uit de openbare kas bekostigde bijzondere universiteiten en

hogescholen hebben dus in beginsel een zekere aanspraak op volledigheid ten

laste van 's Rijks kas. De overheid kan deze aanspraken echter ten dele teniet

doen door te stellen, dat een taakverdeling in redelijkheid vereist is. Of een

taakverdeling inderdaad redelijk is en wat deze moet inhouden staat in laat-

ste instantie ter beoordeling van de Kroon, de Raad van State gehoord. In-

dien al dan niet na het instellen van een beroep op de Kroon een taakver-

deling niet vereist blijkt, dan behouden de bijzondere instellingen hun aan-

spraken.

Ook indien een taakverdeling wel geboden is, dan behoeft dat nog niet te

betekenen, dat de overheid de bijzondere instellingen op grond daarvan van

het stichten van bepaalde faculteiten of studierichtingen ten laste van 's Rijks

kas zal mogen afhouden. Bij een taakverdeling behoort immers rekening te

worden gehouden met de eigen aard van de bijzondere instellingen. Zij be-

horen derhalve ook dan in staat te worden gesteld tot het treffen van die

voorzieningen en de uitoefening van die taken, die haar eigen aard redelijker-

wijze meebrengt. Of dit laatste het geval is, staat wederom ter beoordeling

van de Kroon. Dit betekent, dat wanneer bijvoorbeeld de KU de oprichting

van een faculteit der economische wetenschappen, die voldoet aan de in het

Academisch Statuut gestelde voorwaarden, vanuit de eigen aard kan recht-

vaardigen de overheid daaraan haar medewerking niet mag onthouden.

Tot zover de taakverdeling met betrekking tot bestaande studienchtingen.

Een andere situatie doet zich voor bij de ontwikkeling van geheel nieuwe

vormen van wetenschappelijk onderwijs. Uit de aard der zaak zullen derge-

lijke onderwijsvormen niet onmiddellijk bij elke afzonderlijke universiteit of

hogeschool ingang behoeven te vinden. Veelvuldig gaat het initiatief tot het

ontwikkelen van dergelijke nieuwe onderwijsvormen uit van de instellingen

84. Artt. 16Hd 1 j 96ter en 110 wet WO; vgl. par. III.7.4.1.

85. Bijlagen bij de Handelingen II 1968-1969, no. 10626 nr. 3.

201

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 213

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's