De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 70
Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam
In de 'Proeve van een nieuwe Grondwet' wordt onderscheiden tussen feite-
lijke en juridische beperkingen van grondrechten; deze laatste categorie valt
weer uiteen in algemene en bijzondere beperkingen. De algemene of generale
restricties zijn te vinden in de rechtsregels, die zich niet speciaal richten op
de uitoefening van een grondrecht, maar die door hun algemene werking ook
de omvang van een grondrecht kunnen beinvloeden. De speciale restricties
daarentegen zijn de beperkingen, die voortvloeien uit rechtsregels, die naar
aard of strekking in het bijzonder op de uitoefening van een grondrecht be-
trekking hebben.
Burkens is hierop verder gegaan. Naar zijn opvatting mag de overheid alleen
onder zekere kwalificaties op legitieme wijze handelingen verrichten, welke
haar in het algemeen door het vrijheidsrecht zijn verboden.*^ Aan het onder-
scheid tussen feitelijke beperkingen enerzijds en de generale en speciale
restricties anderzijds heeft hij geen nieuwe varianten toegevoegd.
De door de wet-Kuyper gestelde voorwaarden voor aanwijzing hebben het
karakter van bijzondere beperkingen van de vrijheid van het hoger onderwijs.
De Grondwet 1848 had in deze beperkingen niet voorzien. Toch missen de
voorwaarden voor aanwijzing een belangrijk kenmerk van de speciale restric-
ties: zij hebben geen algemene gelding en beperken niet ieders vrijheid om
hoger onderwijs te geven.^^ Zij missen derhalve een dwingend karakter en
zijn veeleer voorwaardelijke of vrijwillige beperkingen van de vrijheid van
hoger onderwijs. Het is in laatste instantie de rechthebbende zelf, die op
voorwaarde, dat hij daardoor de effectus civilis zal verwerven, vrijwillig voor
aanvaarding van de wettelijke voorwaarden kiest. De w§t wijst daartoe de
weg en doet de rechthebbende een aanbod; aanvaarding van dat aanbod be-
tekent, dat de rechthebbende zich verbindt tot het opgeven van een deel van
zijn grondwettelijke vrijheid, terwijl de overheid zich verplicht tot een tegen-
prestatie, i.e. de toekenning van de effectus civilis. Het accent Hgt dus op de
vrijwillige aanvaarding van de vrijheidsbeperking; men zou dergelijke beper-
kingen kunnen aanduiden als vrijwillig aanvaarde, speciale restricties.
II.3.2. De vrijwillig aanvaarde, speciale restricties
Over de vrijheid van individuele staatsburgers om zich terzake van de uitoefe-
ning der grondrechten te verbinden, is reeds lang een discussie gaande.^' Buys
87. Burkens, blz. 2. Hij meent, dat de bevoegdheid van de overheid tot het stellen van
feitelijke beperkingen zonder juridische grondslag moet worden ontkend; ook algemene
beperkingen van de grondrechten acht hij ontoelaatbaar. Tegen deze opvattingen heeft
zich onder meer gekeerd mr. A.M. Donner in 'Speculum Langemeijer', opstellen aange-
boden aan mr. G.E. Langemeijer, 1975.
88. Indien Burkens tot de kwalificaties, waaronder de overheid haar in het algemeen
verboden handelingen toch mag verrichten, ook de vrijwillige medewerking van de recht-
hebbenden zou rekenen, dan vallen de voorwaarden voor aanwijzing uit de wet-Kuyper
wel weer onder de speciale restricties.
89. Aanvankelijk spitste deze discussie zich toe op het vraagstuk van de verhoudingvan
de ambtenaar tot de grondrechten. Vgl. Handelingen NJV van 1897 over de vraag: 'Welke
is de aard der rechtsverhouding van den Staat tot zijn ambtenaren; moet zij wettelijk
60
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's