De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 64
Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam
II.2.2. De HO-wet gewijzigd
Na de verkiezingen van 1901, die de verdere vrijmaking van het onderwijs tot
inzet hadden,"*^ kwam een rechtse coalitie onder leiding van Kuyper als
minister van Binnenlandse Zaken aan de regering. Begin 1903 diende minis-
ter Kuyper een ontwerp van wet tot wijziging en aanvulling van de HO-wet in
bij de Tweede Kamer.''* Uit de toehchting bij dit wetsontwerp blijkt, dat
Kuyper principieel voorstander was van de invoering van staatsexamens en de
ontkoppehng van het ius promovendi en de effectus civilis.'" De voorberei-
ding van een wetsvoorstel in deze geest zou echter te veel tijd vergen en zeer
ingrijpend zijn, ook al omdat een 'dergelijke wet alleen tot stand kan komen
bij afzonderlijke wet en de wet, dat regelende, zal te gelijk uit de wet op het
hooger onderwijs moeten Hchten de artikelen, welke op den effectus civilis
betrekking hebben'."*^ Voor een zo ingrijpende wetswijziging ontbrak het
Kuyper aan tijd, daarom koos hij voor handhaving van de bestaande struc-
tuur van de HO-wet, door hem ook wel aangeduid als curatelestelsel.'*'
Het ontwerp-Kuyper behelsde allereerst de vervanging van titel II, hoofd-
stuk II 'van het Athenaeum Illustre te Amsterdam' door een nieuw hoofd-
stuk 'van de Hoogescholen'.^" Er zouden drie hogescholen komen: de Poly-
technische School te Delft^^ zou worden aangewezen als Technische Hooge-
school;^^ voorts zouden er een landbouwhogeschool en een handelshoge-
school worden gesticht, maar noch in het ontwerp zelf noch in de toeUchting
werd aan deze beide instellingen verdere aandacht besteed.'^
Het meest ingrijpende wijzigingsvoorstel betrof titel III van de HO-wet over
het bijzonder hoger onderwijs. Deze titel zou worden opgespHtst in zes af-
zonderlijke hoofdstukken, waarvan de bestaande artikelen 99—102 het eerste
hoofdstuk met algemene bepalingen zouden gaan vormen en de artikelen
103—107 het tweede over 'instellingen tot opleiding van leeraren voor kerk-
genootschappen of kweekehngen voor den geestelijken stand, die op
1 januari 1903 ondersteuning uit 's Rijks kas genieten'. Geheel nieuw was het
hoofdstuk over de bijzondere gymnasia op basis van het in 1900 aangenomen
45. Vgl. De Ru, blz. 30; Memorie van Antwoord bij het ontwerp-Kuyper van 1903,
blz. 2.
46. Over de voorontwerpen zie De Ru, hoofdstuk II; voor het ontwerp zie Bijlagen bij
de Handelingen II 1902-1903, no. 135.
47. Dit strookt met zijn 'Souvereiniteit in eigen kring', zie par. II. 1.2.
48. Aldus Kuyper in de Tweede Kamer, Handelingen II 1903-1904, blz. 1358 l.k. De
verdediging van Kuyper in de Kamer is nog steeds zeer lezenswaardig; zie ook De Ru,
blzz. 113-118; Kasteel, blzz. 260-162.
49. In 'Wat zijn de vooruitzichten', blz. 21; vgl. De Ru, blz. 21.
50. Nu het Athenaeum Illustre al in 1876 had gekozen voor de status van universiteit
bestond aan de handhaving van dit hoofdstuk geen behoefte.
51. In 1842 opgericht als 'Koninklijke Akademie ter opleiding van Burgerlijke In-
genieurs'; KB van 8 januari 1842, no. 73.
52. De effectus civilis zou verbonden zijn aan het doctoraal examen; het doctoraat zou
een zuiver wetenschappelijke titel zijn.
53. In het ontwerp 1904 vervielen zij; vgl. Kasteel, blz. 260.
54
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's