De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 112
Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam
herziening van de LO-wet 1878 in;^'' dit voorstel verwierf wel de instemming
van de Eerste Kamer. ^^
De LO-wet-Mackay ging ervan uit, dat de kwaliteit van openbare en bijzon-
der lager onderwijs gelijk is en stelde daarom aan beiderlei scholen dezelfde
bedragen uit 's rijks kas ter beschikking.^' Die gelijkheid voor de wet berustte
op het grondwettelijk uitgangspunt, dat ouders vrij moeten zijn in hun
schoolkeuze'*'' en dat zij niet vanwege een voorkeur voor de openbare school
voordelen mogen genieten. De staat nam derhalve tegenover het bijzonder en
het openbaar lager onderwijs een zelfde houding aan."' Zo werd rechtsgelijk-
heid van alle ouders tegenover de staat bereikt; volledige rechtsgelijkheid
tussen openbaar en bijzonder lager onderwijs bleef echter uit. Weliswaar nam
de staat een groter deel van de kosten van het openbaar lager onderwijs voor
haar rekening dan voorheen, maar een deel van de koSten van de openbare
lagere scholen bleef ook na 1890 voor rekening van de gemeentekassen. De
wetgever achtte het niet raadzaam de gemeenten de bevoegdheid te verlenen
of hen te verplichten overeenkomstige bedragen aan bijzondere lagere
scholen uit te keren.'*^ Hoewel de gemeenten wel werden verplicht om voor
de openbare lagere scholen schoolgeld te heffen bleef dus tussen openbaar en
bijzonder lager onderwijs tegenover de gemeenten wel rechtsongelijkheid be-
staan.
Ook na 1889 bleven de openbare lagere scholen dus bevoorrecht."^ Toch
betekende de aanvaarding van het ontwerp-Mackay een pacificatie en het
wegnemen van de grieven tegen de 'eenzijdigheid en tegen den dwang van het
algenoegzaam openbaar onderwijs'."" Van grote betekenis was echter ook de
duidelijk veranderde interpretatie van de Grondwet. Struycken meent: 'De
wetgever heeft sinds 1889 begrepen, én, dat hij de Grondwet niet langer
mocht bezien onder het hcht, waaronder een overspannen liberalisme met
zijne éénzijdige voorkeur voor het overheidsonderwijs, niet in 1848, maar
veel later, hare bepalingen had geplaatst, én, dat hij bij de uitlegging der
Grondwet had rekening te houden met de verbazingwekkende ontwikkeling
van de bijzondere scholen, waarvan men in 1848 niet had gedroomd, en met
de veranderde inzichten der bevolking omtrent de waarde van beiderlei soort
onderwijs. Zoo was de subsidieering der bijzondere scholen juist een
sprekend voorbeeld van behoorlijke toepassing der Grondwet, zich aanpas-
sende aan veranderde omstandigheden en denkbeelden, onder eerbiediging
37. Bijlagen bij de Handelingen II 1888-1889, no. 89.
38. Op 6 december 1889 aanvaard met 31 stemmen vóór en 18 tegen; wet van 8 decem-
ber 1889, Stb. 175. Zie H.J.G. Hartman/mr. E.L. van Emden: 'Wet tot regeling van het
Lager Onderwijs', 1890.
39. Artt. 54 bisj 45 sub 1 LO-wet 1889.
40. Zie par. 1.5.1.
41. Vgl. Voorlopig Verslag par. 9, blz. 50.
42. Vgl. Memorie van Toelichting, blz. 17.
43. Jhr.mr. A.F. de Savomin Lohman: 'Vooreerst blijft de bevoordeling uit de gemeen-
tekas ( . . . ) ; dan blijven de 25%, die alleen de openbare scholen ontvangen voor stichtings-
kosten; dan blijft art. 49; dan blijft de bepaling omtrent de pensioenen; dan blijft die
omtrent de Rijks-kweekscholen, . . .'; zie Handelingen II 1888—1889, blz. 1585.
44. Handelingen II 1888—1889, blz. 1340; zie voorts De Savomin Lohman: 'De pacifi-
catie'.
100
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's