Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 86

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 86

Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam

3 minuten leestijd

de openbare instellingen. Mede om te voldoen aan het bepaalde in de Grond-

wet zou daarom het handhaven van een milde vorm van toezicht op het bij-

zonder wetenschappelijk onderwijs wenselijk geweest zijn.

Aan de bestaande voorwaarden voor aanwijzing van bijzondere universi-

teiten en hogescholen voegde het voorontwerp-Cals geen nieuwe voorwaar-

den voor erkenning toe; wel kwam een aantal tot dan toe geldende voorwaar-

den te vervallen. Zo zoekt men in voorontwerp en wet tevergeefs naar bepa-

lingen — zoals die in de HO-wet voorkwamen — omtrent de onderwijsbe-

voegdheid van de docenten aan de bijzondere instellingen, over de omvang en

het aantal faculteiten van een bijzondere universiteit en over omvang en be-

staan van besturende colleges van de bijzondere instellingen. Ook uit het ont-

breken van dergelijke voorwaarden moet het vertrouwen blijken, dat de wet-

gever in de kwaliteit van het bijzonder wetenschappelijk onderwijs stelde.

Steen des aanstoots voor de bijzondere universiteiten en hogescholen was

vooral de in het voorontwerp opgenomen regeling van de bekostiging. Op

hun aandrang wijzigde minister Cals zijn voorontwerp aanzienlijk; in het vol-

gende hoofdstuk zal daarop nader worden ingegaan. De in het voorontwerp

opgenomen voorwaarden voor erkenning van bijzondere instellingen werden

daarentegen nagenoeg ongewijzigd overgenomen in het, begin 1960 inge-

diende, wetsontwerp-Cals.'^* Bij de openbare behandeling van dit ontwerp'*'

werden in hoofdlijnen drie verschillende opvattingen ten aanzien van het

bijzonder wetenschappelijk onderwijs en de daaromtrent getroffen wettelijke

regeling vertolkt.

Als eerste spreker vroeg het PvdA-kamerlid Tans zich af, of de vrijheid van

het bijzonder wetenschappelijk onderwijs in het wetsontwerp niet zo ruim

was, dat de grens van het toelaatbare werd overschreden. De aanwijzing van

de afzonderlijke doctoraten en doctorale examens zou komen te vervallen;

evenzo de eis, dat een hoogleraar of lector in het bezit moet zijn van een

doctorale graad; de commissie van toezicht werd opgeheven en de eisen, dat

voor erepromoties toestemming van de Kroon nodig is en dat de gewone pro-

moties openbaar moeten zijn, vervielen. 'Vervallen zijn derhalve al die voor-

waarden, die een waarborg probeerden te vormen voor het niveau van het

onderwijs'. Hij concludeerde evenwel, 'dat op het terrein van het weten-

schappelijk onderwijs het vraagstuk van de vrijheid van onderwijs, praktisch

gesproken, onoplosbaar is zonder vertrouwen in degenen, die de spelregels

moeten toepassen'.

Daarnaast stond de door de KVP-er Stokman in de Tweede Kamer ver-

tolkte opvatting, die voor een belangrijk deel met die van minister Cals lijkt

te hebben overeen gestemd. Dr. Stokman zag voor het eerst een wetsont-

werp, 'waarin niet eerst het openbaar onderwijs wordt geregeld, om daarna

subsidievoorwaarden voor het bijzonder onderwijs op te sommen'. Een

dergelijke opzet van het wetsontwerp zou voor Stokman onaanvaardbaar

168. De Tweede Kamer beraadslaagde over de wenselijkheid van een nieuw Voorlopig

Verslag; besloten werd om in plaats daarvan uitvoerig in commissie met minister Cals van

gedachten te wisselen; zie Verslag van het Mondeling Overleg op 4, 6 en 8 juli 1960.

169. Van 19 oktober tot 2 november 1960; Handehngen II 1960-1961, blzz.

2047-2074, 2079-2121, 2131-2205 en 2250-2253 en Handehngen I 1960-1961,

blzz. 2046-2092.

16

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 86

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's