Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 62

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 62

Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam

3 minuten leestijd

voor deze afwijkende inrichting van het onderwijs geen principiële over-

wegingen te hebben gegolden. De vrijheid van inrichting van het onderwijs

kwam pas werkelijk tot gelding toen van kathoheke en van christelijk-histo-

rische zijde het zogenaamde aanvullingssysteem werd gepropageerd.

Mede als gevolg van het uitblijven van de toekenning van de effectus civilis

aan het bijzonder hoger onderwijs^"* werd in katholieke kring meer en meer

gewanhoopt aan de levensvatbaarheid van het bijzonder hoger onder-

wijs.^^ In plaats daarvan zag men goede mogelijkheden om de onderwijsvrij-

heid te verwezenlijken door middel van de instelling van bijzondere leer-

stoelen aan de rijksuniversiteiten.^* De achterliggende gedachte was, dat men

door het openbaar onderwijs aan te vullen met bijzondere leerstoelen de in-

richting van het onderwijs zou kunnen aanpassen aan de eigen onderwijsbe-

hoeften en bovendien de richting van het neutrale onderwijs zou kunnen af-

buigen in eigen richting.^'

De vrijheid van het hoger onderwijs aan het einde van de negentiende eeuw

omvatte nagenoeg alle aspecten van het onderwijs: de universiteitsstichting,

de richting en inrichting van het onderwijs, de keuze der leermiddelen, de

benoeming der docenten, de inrichting van het bestuur en de leermethode.^^

Gedurende de eerste twintig jaren van haar bestaan is door de VU van al deze

vrijheden een zeer bescheiden gebruik gemaakt. Dat is wel verklaarbaar. Van

verschillende kanten heeft men de VU van de oprichting af het recht bewist

zich 'universiteit' te noemen.^' Tegen die kritiek heeft Kuyper zich krachtig

teweer gesteld. Zijn verdediging van het recht van de VU zichzelf 'universiteit'

te noemen moest echter voor een deel berusten op de overweging, dat de VU

geheel paste in het traditionele beeld van de universiteiten. Hoe geringer de

verschillen tussen de VU en de rijksuniversiteiten, des te beter paste de VU in

dat beeld.

Kritiek van een andere orde kreeg de VU te verduren van de rijksuniversi-

teiten, die stelden, dat het onderwijs aan de VU beneden peil was.''" Alleen

een traditioneel universitair karakter kon deze kritiek enigszins verzachten;

-»•

teiten, maar in de Rechtsgeleerdheid. Vgl. 'Vijfenzeventig jaar VU 1880/1955', gedenk-

boek, blzz. 81 en 82.

34. Vgl. Kasteel, blz. 254.

35. Zie H.J.A.M. Schaepman: 'Chronica over Staatkunde en Letteren', eerste reeks

no. 3, 11 oktober 1900; vgl. De Ru, blzz. 21 en 22.

36. In 1894 vestigde het Episcopaat een bijzondere leerstoel aan de Universiteit van

Amsterdam, die als gemeentelijke onderwijsinstelling een vrijheid genoot, die de rijksuni-

versiteiten pas in 1905 zouden verkrijgen; vgl. De Ru, blz. 21.

37. Door de rijksuniversiteiten zijn veel bezwaren tegen dit stelsel aangevoerd; ook

Kuyper was geen voorstander. Vgl. De Ru.

38. Voorzover bekend is de vrijheid van leermethode voor het bijzonder wetenschappe-

lijk onderwijs van weinig betekenis geweest. Bij het lager onderwijs valt daarentegen te

denken aan de ontwikkeling van nieuwe leermethoden door onder meer Maria Montessori,

Helen Parkhurst, Kees Boeke, Don Bosco en anderen; vgl. 'Het lager onderwijs in de

spiegel der geschiedenis/1801 —1976'.

39. Onder hen dr. A.W. Bronsveld, tegen wie Kuyper zijn 'Strikt genomen' richtte; vgl.

De Ru, blzz. 19 en 20.

40. Zie de Senaatsadviezen van Groningen, Leiden en Utrecht naar aanleiding van het

voorontwerp-Kuyper uit 1903; vgl. De Ru, blzz. 50 en 51.

52

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 62

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's