De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 62
Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam
voor deze afwijkende inrichting van het onderwijs geen principiële over-
wegingen te hebben gegolden. De vrijheid van inrichting van het onderwijs
kwam pas werkelijk tot gelding toen van kathoheke en van christelijk-histo-
rische zijde het zogenaamde aanvullingssysteem werd gepropageerd.
Mede als gevolg van het uitblijven van de toekenning van de effectus civilis
aan het bijzonder hoger onderwijs^"* werd in katholieke kring meer en meer
gewanhoopt aan de levensvatbaarheid van het bijzonder hoger onder-
wijs.^^ In plaats daarvan zag men goede mogelijkheden om de onderwijsvrij-
heid te verwezenlijken door middel van de instelling van bijzondere leer-
stoelen aan de rijksuniversiteiten.^* De achterliggende gedachte was, dat men
door het openbaar onderwijs aan te vullen met bijzondere leerstoelen de in-
richting van het onderwijs zou kunnen aanpassen aan de eigen onderwijsbe-
hoeften en bovendien de richting van het neutrale onderwijs zou kunnen af-
buigen in eigen richting.^'
De vrijheid van het hoger onderwijs aan het einde van de negentiende eeuw
omvatte nagenoeg alle aspecten van het onderwijs: de universiteitsstichting,
de richting en inrichting van het onderwijs, de keuze der leermiddelen, de
benoeming der docenten, de inrichting van het bestuur en de leermethode.^^
Gedurende de eerste twintig jaren van haar bestaan is door de VU van al deze
vrijheden een zeer bescheiden gebruik gemaakt. Dat is wel verklaarbaar. Van
verschillende kanten heeft men de VU van de oprichting af het recht bewist
zich 'universiteit' te noemen.^' Tegen die kritiek heeft Kuyper zich krachtig
teweer gesteld. Zijn verdediging van het recht van de VU zichzelf 'universiteit'
te noemen moest echter voor een deel berusten op de overweging, dat de VU
geheel paste in het traditionele beeld van de universiteiten. Hoe geringer de
verschillen tussen de VU en de rijksuniversiteiten, des te beter paste de VU in
dat beeld.
Kritiek van een andere orde kreeg de VU te verduren van de rijksuniversi-
teiten, die stelden, dat het onderwijs aan de VU beneden peil was.''" Alleen
een traditioneel universitair karakter kon deze kritiek enigszins verzachten;
-»•
teiten, maar in de Rechtsgeleerdheid. Vgl. 'Vijfenzeventig jaar VU 1880/1955', gedenk-
boek, blzz. 81 en 82.
34. Vgl. Kasteel, blz. 254.
35. Zie H.J.A.M. Schaepman: 'Chronica over Staatkunde en Letteren', eerste reeks
no. 3, 11 oktober 1900; vgl. De Ru, blzz. 21 en 22.
36. In 1894 vestigde het Episcopaat een bijzondere leerstoel aan de Universiteit van
Amsterdam, die als gemeentelijke onderwijsinstelling een vrijheid genoot, die de rijksuni-
versiteiten pas in 1905 zouden verkrijgen; vgl. De Ru, blz. 21.
37. Door de rijksuniversiteiten zijn veel bezwaren tegen dit stelsel aangevoerd; ook
Kuyper was geen voorstander. Vgl. De Ru.
38. Voorzover bekend is de vrijheid van leermethode voor het bijzonder wetenschappe-
lijk onderwijs van weinig betekenis geweest. Bij het lager onderwijs valt daarentegen te
denken aan de ontwikkeling van nieuwe leermethoden door onder meer Maria Montessori,
Helen Parkhurst, Kees Boeke, Don Bosco en anderen; vgl. 'Het lager onderwijs in de
spiegel der geschiedenis/1801 —1976'.
39. Onder hen dr. A.W. Bronsveld, tegen wie Kuyper zijn 'Strikt genomen' richtte; vgl.
De Ru, blzz. 19 en 20.
40. Zie de Senaatsadviezen van Groningen, Leiden en Utrecht naar aanleiding van het
voorontwerp-Kuyper uit 1903; vgl. De Ru, blzz. 50 en 51.
52
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's