Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 43

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 43

Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam

3 minuten leestijd

Bij een zich allengs wijzigende opvatting van de overheid ten aanzien van

haar taak breidde het aantal ambten en bedieningen, waarvoor door de over-

heid een academische opleiding werd geëist, zich uit tot buiten de grenzen

van de overheidssfeer. Voor de inschrijving als advocaat^'^ en in de twintigste

eeuw ook voor de benoeming als notaris^'^ is de overheid het bezit van een

academische graad als voorwaarde gaan stellen. Deze beide beroepen konden

naar hun aard nog beschouwd worden als een openbare dienst.^^* Veel verder

ging de wetgever echter toen zij in het belang van de volksgezondheid ook de

uitoefening der geneeskunst aan dezelfde voorwaarde bond.^'^

De overheid heeft dus de zorg voor de kwaliteit van de uitoefening van

deze ambten aan zich getrokken. In 1876 is betoogd, dat de effectus civilis

tot de essentiële en onvervreemdbare attributen van de staat zou behoren.^'^

Later zou men de effectus civilis zelfs tot het souvereiniteitsrecht van de

staat rekenen.^^' Niet goed valt in te zien, waarom de effectus civilis onver-

vreemdbaar zou moeten zijn. Toekenning door de overheid van de effectus

civilis aan academische graden houdt immers slechts een erkenning in van de

kwahteit van de academische opleiding. Wanneer nu maar voldoende vast-

staat, dat zulk een opleiding van voldoende gehalte is, dan kan er ongeacht of

deze opleiding nu wel of niet door het openbaar gezag wordt verzorgd in

beginsel geen bezwaar tegen bestaan aan die opleiding en aan de daarmee

behaalde academische graden de effectus civilis te verbinden. De effectus

civiUs kan dan zeer wel worden vervreemd door de staat. Naar analogie van

Thorbecke^^" kan worden gesteld, dat de opvatting als zou de effectus civilis

een onvervreemdbaar attribuut van de staat zijn in 1876 berustte op de utilis-

tische en toen alleszins begrijpelijke gedachte, dat de overheid het beste en

zelfs als enige in staat was om wetenschappelijk onderwijs te geven en om

langs die weg zorg te dragen voor de kwaliteit van de uitoefening van ambten

en bedieningen.

Dat de effectus civilis niet een onvervreemdbaar attribuut van de staat is,

behoeft intussen nog niet uit te sluiten, dat zij een pubUekrechtelijk be-

stuursinstrument is. De benaming 'staatsexamen' houdt al een aanwijzing in

die richting in; uit het feit echter, dat de effectus civilis bedoeld is om de

214. Zie KB van 14 september 1838, Stb. 36; thans de Advocatenwet van 23 juni 1952,

Stb. 365.

215. Zie de wijzigingswet van 30 oktober 1958, Stb. 494, op de Wet op het Notaris-

ambt van 9 juU 1842, Stb. 30.

216. Vgl. mr. A.M. Donner: 'Nederlands Bestuursrecht, Algemeen Deel', 1974, blzz.

134 e.v.; verder geciteerd als 'Nederlands Bestuursrecht'.

217. Zie de Wet op de Uitoefening der Geneeskunst van 1 juli 1865, Stb. 59. Deze wet

stelde de uitoefening afhankelijk van het behalen van het artsexamen, dat is een door de

faculteiten der geneeskunde af te nemen staatsexamen.

218. Door het kamerUd Wintgens, HandeUngen II 1875-1876, blz. 1108.

219. Vgl. Kasteel, blz. 258; zie ook W.A. van der Donk: 'Hoofdstukken van het Bijzon-

der Hooger Onderwijs in Nederland', 1924.

220. In 'Aantekening op de Grondwet', Tweede Uitgave, 1814, merkt hij op, dat de

zorg van de overheid voor het onderwijs geen deel is der souvereiniteit. De overheidsbe-

moeienissen berusten op de utilistische overweging, dat de staatsmacht in vele gevallen het

best in staat is om onderwijs te geven. Vgl. Scholten, blzz. 115 en 116.

33

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 43

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's