Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 185

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 185

Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam

3 minuten leestijd

alleen gesproken wordt van de openbare instellingen de bijzondere instellin-

gen vrij zijn zelf een regeling te treffen op grond van art. 42.

De werkingsduur van de wet werd beperkt tot een periode van vijf jaar.''^^

De bestuurshervorming werd beschouwd als een experiment en was om die

reden aan een termijn gebonden.''^^ De wet voorzag echter niet in het geval,

dat deze termijn zou verstrijken zonder dat door de wetgever de nodige

maatregelen zouden zijn getroffen; in dat geval zouden de rijksinstellingen

weer geheel onder de vigeur van de wet WO komen te vallen - de daarin

opgenomen bepalingen met betrekking tot het bestuur van de universiteiten

en hogescholen werden tijdelijk buiten werking gesteld —, maar de bijzon-

dere instellingen zouden dan hun nieuwe bestuursvorm kunnen behouden,

omdat de wet WO ten aanzien van het bestuur van deze instellingen geen

dwingende bepalingen inhoudt.''^ Het experimentele karakter van de wet

Universitaire Bestuurshervorming 1970 vormt overigens een bevestiging van

het standpunt, dat deze wet als zodanig niet de deugdelijkheid van het

wetenschappelijk onderwijs betreft.

De parlementaire behandeling van het ontwerp-Veringa was voor de

bijzondere instellingen van beperkte betekenis. Alleen de debatten in de

Eerste Kamer trokken sterk de aandacht'*^' mede in verband met de aanvaar-

ding van de 100%-wet kort tevoren.'*^* In deze Kamer herhaalde de minister

dat art. 42 van de wet de sleutel zou zijn voor toepassing van 'de gehele

wettelijke regehng op de bijzondere instellingen'. Opmerkelijk was het

betoog van senator De Rijk."^'' Hij haakte in op de opmerking van minister

Veringa, dat de eigen aard van de bijzondere universiteiten en hogescholen

'slechts in zeker opzicht en tot op zekere hoogte valt te onderscheiden van

de aard van de openbare instellingen. Men kon immers met recht zeggen, dat

de bijzondere universiteiten reeds onder de vigeur van de huidige w e t . . . in

bepaalde opzichten en in zekere mate in de publiekrechtelijke sfeer zijn ge-

trokken en het is duidelijk, dat dit door de Wet Universitaire Bestuurshervor-

ming 1970 in nog sterker mate zal gebeuren'. De senator stelde daarentegen,

'dat sinds de invoering van de 100%-regeling de bijzondere status van deze

instellingen alleen relevant zou zijn in een zinvolle samenhang met de ideële

grondslag'. Kort en goed stelde hij: 'Ten eerste, ter zake van bepaalde be-

stuurlijke aangelegenheden . . . is de privaatrechtelijke grondslag wel relevant

en doet het feit, dat de instellingen vanwege de bekostiging in de publiek-

rechtelijke sfeer zijn getrokken, er niets toe . . . Ten tweede, ter zake van de

taakverdehng is het juist andersom'. Op grond van deze bewijsvoering drong

de senator aan op een wijziging — alsnog! — van de memorie van toehchting

op de inmiddels aanvaarde en in werking getreden 100%-wet.^*

442. De WUB is inmiddels verlengd tot 1 september 1982.

443. Vgl. 'Universiteit, democratie en wetenschap', geschrift van de prof. mr. B.M. Tel-

dersstichting no. 25 dd. 1975, blz. 53.

444. De bijzondere instellingen kunnen echter zelf de nodige voorzieningen treffen om

de werkingsduur te beperken. Aan de VU is dit inmiddels geschied.

445. Handelingen I 1970-1971, blzz. 152-178.

446. Zie par. III.7.4.

447. Zie blzz. 155-156 hiervoor.

448. Zie par. 111.7.4.

173

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 185

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's