De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 88
Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam
bekostiging van deze instellingen; het aangewezen zijn was immers voorwaar-
de voor bekostiging, vandaar dat de wet WO in één adem spreekt van 'voor-
waarden voor erkenning en bekostiging'.
De onderwijspacificatie van 1917^''^ bracht in de Grondwet de zinsnede: 'De
eischen van deugdelijkheid, aan het geheel of ten deele uit de openbare kas te
bekostigen onderwijs te stellen, worden bij de wet geregeld'.*'''* Naast de be-
grippen 'voorwaarde voor aanwijzing' en 'voorwaarde voor erkenning en be-
kostiging' wordt dus in de wetgeving ook nog de term 'eis van deugdelijk-
heid' aangetroffen. In de wet WO zijn deze begrippen nog verder dooreen
gehaspeld waar sprake is van 'voorwaarden voor erkenning en bekostiging,
waaraan ter waarborging van de deugdelijkheid ten minste moet worden vol-
daan'.*''^ Welk is nu het onderling verband tussen deze verschillende begrip-
pen?
De toekenning van de effectus civilis aan bijzondere universiteiten en later
ook aan bijzondere hogescholen heeft altijd los gestaan van het vraagstuk van
de bekostiging van het bijzonder wetenschappelijk onderwijs uit 's Rijks kas.
De eerste aanwijzing van de VU vond plaats op een tijdstip, waarop van een
bekostiging van enig onderdeel van het bijzonder onderwijs als zodanig nog
amper en van het bijzonder hoger onderwijs nog in het geheel geen sprake
was. Aanwijzing van een bijzondere instelhng van hoger onderwijs vond
uitsluitend plaats op grond van de overweging, dat de kwaliteit van het
onderwijs aanwijzing wettigde; de aanwijzing hield alleen een erkenning ten
aanzien van de kwaliteit van het onderwijs aan de betreffende instelling in.
De in de Grondwet genoemde 'eisen van deugdelijkheid' zijn voorwaarden
voor de bekostiging. Deze eisen gelden met name het bijzonder algemeen
vormend lager en middelbaar en het bijzonder voorbereidend hoger onder-
wijs; over de mogelijkheid van bekostiging uit de schatkist van het bijzonder
hoger onderwijs wordt in de Grondwet niet gerept. De eisen van deugdelijk-
heid hebben intussen wel een zelfde doelstelling als de voorwaarden voor
aanwijzing, c.q. de voorwaarden voor erkenning, namelijk om de kwaliteit
van de drie met name in de Grondwet genoemde bijzondere onderwijs-
vormen, resp. van het hoger onderwijs te waarborgen. Toch kan men niet
zeggen, dat de beide begrippen uitwisselbaar zijn, omdat het voldoen aan de
eisen van deugdelijkheid voorwaarde voor bekostiging is, terwijl het voldoen
aan voorwaarden voor erkenning de toekenning van de effectus civilis moet
rechtvaardigen. Ondanks hun gelijke doelstelling behoren de beide begrippen
derhalve bij verschillende bevoegdheden; zij vormen het bestuurlijk instru-
mentarium van onderscheiden overheidsbevoegdheden.
De toekenning van de effectus civilis aan een bijzondere instelling van
wetenschappelijk onderwijs houdt, zoals gezegd, een erkenning van de
kwaliteit van het onderwijs in. Indien de wetgever bij een wettelijke regeling
van de bekostiging van het bijzonder wetenschappelijk onderwijs zou hebben
beoogd om te waarborgen, dat uitsluitend die bijzondere universiteiten en
hogescholen, waarvan het onderwijs van voldoende kwaliteit is — zulks even-
173.Ziepar. III.2.2.
174. Art. 192, thans art. 208 van de Grondwet.
175. Art. 16 wet WO.
78
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's