Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 52

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 52

Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam

3 minuten leestijd

nen zijn.^'''* Minister Heemskerk betoogde, dat een bijzondere instelHng niet

kon opleiden tot openbare ambten en dat de toekenning van de effectus civi

lis aan een bijzondere instelling 'een onmogelijkheid, zijnde in strijd met de

beginselen van ons staatsregt',^^^ was. Daarmee schaarde hij zich onder hen,

die — naar wij hebben gezien: ten onrechte — menen, dat de effectus civilis

behoort tot de essentiële en onvervreemdbare attributen van de staat. ^^*

Tegen de opvattingen van de minister opponeerde het kamerlid Bastert met

de vraag: 'Wat, zoo al in de Grondwet staat dat het hooger onderwijs vrij is,

wanneer alle gevolgen daarvan in het maatschappelijk leven worden belem-

merd?'^''^ Nu valt inderdaad niet te ontkennen, dat hoewel het in de Grond-

wet genoemde 'onderwijs' niet ook de wetenschappelijke opleiding omvatte,

het toch weinig billijk is om met de ene hand de vrijheid van onderwijs te

proclameren en tegelijkertijd met de andere hand dat vrije onderwijs van zijn

maatschappelijke betekenis te ontdoen. Het is derhalve niet een gevolg van

de vrijheid van onderwijs zelf, maar wel een eis van billijkheid om aan het

bijzonder onderwijs de effectus civihs te verlenen. Duidelijk wordt nu voor

welk dilemma de wetgever van 1876 stond. Enerzijds had de Grondwet van

1848 de vrijheid van onderwijs geproclameerd en zou het niet meer dan

billijk zijn om het bijzonder onderwijs naast vrijheid ook de effectus civilis te

verschaffen. Aan de andere kant wenste de wetgever de effectus civilis met

waarborgen te omkleden, opdat de kwaliteit en het gehalte van de te ver-

lenen wetenschappelijke graden met het daaraan verbonden ius postulandi of

artem exercendi vast zou staan en daarmee ook van de uitoefening van de

betreffende ambten en bedieningen zelf. De voorspelling van Groen van Prin-

sterer werd hier bewaarheid. Zou men immers aan het bijzonder wetenschap-

pelijk onderwijs de effectus civilis willen verlenen, dan zouden — tenzij de

wetgever bij voorbaat een onwaarschijnlijk groot vertrouwen in de kwaliteit

van een nog niet bestaand onderwijs zou hebben gesteld — ten aanzien van

dat onderwijs en in het belang van een goede uitoefening van openbare amb-

ten en bedieningen waarborgen voor de kwaliteit van de wetenschappelijke

opleiding aan de bijzondere instellingen geschapen moeten worden. Die waar-

borgen zouden een onvermijdelijke inbreuk op de vrijheid van onderwijs be-

tekenen. De onverenigbaarheid van de vrijheid van onderwijs met afdoende

waarborgen voor de kwaHteit van de opleiding door bijzondere instellingen

was daarmee evident.

De wetgever van 1876 is niet in staat geweest een bevredigende oplossing

voor dit dilemma te vinden. Een mogelijke oplossing — de invoering van een

stelsel van staatsexamens - werd afgewezen. Dat de wetgever bij zijn af-

weging van het belang van de vrijheid van onderwijs en de billijkheid van

toekenning van de effectus civilis tegen het belang van een wettelijk gewaar-

borgde kwaliteit van de wetenschappelijke opleiding door het bijzonder

é

274. Vgl. De Ru, blzz. 9-16.

275. Daarmee doelde de minister op het feit, dat het toentertijd nog onmogelijk werd

geacht om publiekrechtelijke bevoegdheden te verlenen aan privaatrechteüjke instellingen

of personen.

276. Zie hiervoor blz. 33.

277. HandeUngen II 1875-1876, blz. 1126.

42

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 52

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's