De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 121
Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam
dat in de gevallen, waar het de bedoeling is een gelijkwaardigheid tussen over-
heids- en particuliere activiteiten te bereiken — zoals bij het onderwijs —,
regels zullen moeten worden gesteld om te zorgen, dat de subsidiegelden op
gelijke voet en volgens vergelijkbare patronen zullen worden besteed. Ten
aanzien van de terreinen, waar de overheid niet zelf optreedt, zoals bijvoor-
beeld bij muziek en toneel, zullen op grond van het gelijkheidsbeginsel regels
moeten worden gesteld om bevoordeling of achtersteüing te voorkomen.
Anders dan een particuHer, die geld voor bepaalde activiteiten beschikbaar
stelt, moet de subsidiërende overheid elke uitgave kunnen verantwoorden en
rechtvaardigen. Primair zal de overheid daarom bij het verlenen van subsidie
waarborgen dienen te scheppen voor een verantwoorde besteding der over-
heidsmiddelen. Deze waarborgen hebben in het algemeen vooral betrekking
op de doelmatigheid van de te subsidiëren activiteiten;'* zo legt de grond-
wettelijke regeUng van de bekostiging van het bijzonder onderwijs de nadruk
op de deugdelijkheid van het onderwijs. Naast deze op deugdelijkheid ge-
richte voorwaarden zijn er comptabele voorschriften, die aangeven hoe en
wanneer de subsidie zal worden verleend en hoe die mag worden besteed.
Het is zeer de vraag of, zoals Van Krefeld stelt, verderstrekkende subsidie-
voorwaarden geoorloofd zijn. De overheid subsidieert immers niet om de
activiteiten als zodanig te beïnvloeden; zij maakt onderscheid door bepaalde
activiteiten wel en andere niet te subsidiëren, maar pogingen om via de sub-
sidie ook nog de gesubsidieerde activiteiten te sturen zou in strijd zijn met de
grondgedachte van de subsidie. Terecht gaat de COBA-definitie van het be-
grip subsidie er dan ook van uit, dat het er de subsidiërende overheid alleen
om te doen kan zijn de kwahteit en de hoeveelheid van bepaalde activiteiten
en dus nadrukkelijk niets anders te beïnvloeden.
Tussen de opvattingen van Van Krefeld over het verstatelijkt particulier ini-
tiatief en die van Van Haersolte over de vrijblijvendheid van de subsidiëring,
staat het standpunt van onder andere Henze. Hij meent: 'das Wesen des In-
terventionismus (. . .) besteht darin, dass der Staat nach bestimmten wirt-
schafts- und sozialpohtischen Zielen ( . . . ) eingrifft, ohne dabei die Verant-
wortlichkeit und Initiative des privaten Unternehmers zu beseitigen'.^''' Op-
nieuw wordt hier duidelijk de relatie tussen de beleidsdoelstellingen van de
subsidiërende overheid en de te subsidiëren activiteiten gelegd. Hier is ener-
zijds de erkenning aanwezig, dat de overheid door de subsidiëring van parti-
culiere activiteiten in de samenleving ingrijpt door deze activiteiten wél en
andere niet te subsidiëren of subsidiabel te verklaren. Aan de andere kant
wordt erkend, dat de overheid niet door het stellen van subsidievoorwaarden
de verantwoordelijkheid van de particulier voor de gesubsidieerde activiteiten
kan uithollen of zelfs teniet doen. Het antwoord op de vraag in hoeverre de
overheid door het stellen van voorwaarden in particuUere activiteiten mag
ingrijpen is dus mede gelegen in de eis, dat subsidiëring juist niet tot 'versta-
104. Vgl. preadvies Van der Burg, blz. 23. Hij legt het accent vooral op de deskundige
verrichting van de te subsidiëren activiteiten. In de meeste gevallen zal een doelmatige
verrichting echter een deskundige verrichting omvatten.
105. Karl-Otto Henze: 'Verwaltungsrechtüche Probleme der staatlichen Finanzhilfe
zugunsten Privater', 1958, blz. 16.
109
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's