De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 147
Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam
uitgaven; de instellingsbegrotingen behoorden dan ook niet meer te zijn dan
een indicatie voor de te verwachten subsidiabele uitgaven. Zij vreesden, dat
de financiële schema's en meer nog het op basis daarvan op te stellen AFS
ten opzichte van de instellingsbegrotingen een sterk prejudiciërende werking
zouden verkrijgen, die tot redres van de instellingsbegrotingen aanleiding zou
kunnen geven. Deze vrees werd nog versterkt door de neiging van de minister
om het oude stelsel van subsidievaststelling op grondslag van de werkelijke
uitgaven te verlaten. De bijzondere instellingen zagen in de invoering van de
ontwikkehngsplannen en de financiële schema's dan ook een ombuiging van
het tot dusverre repressieve bekostigingsstelsel naar een stelsel van preventief
toezicht op de uitgaven van de bijzondere universiteiten en hogescholen.^^^
Een preventief toezicht op de uitgaven werd door de bijzondere instellingen
gezien als een onaanvaardbare aantasting van de vrijheid van onderwijs.
De bezwaren van de bijzondere insteUingen komen nogal overtrokken voor.
De financiële schema's waren niet bedoeld als meer dan prognoses, die voor
de overheid, gelet op de steeds grotere uitgaven voor het Wetenschappelijk
onderwijs, een onontbeerlijke informatie zouden gaan vormen met betrek-
king tot de in orde van grootte voor de toekomst te reserveren begrotings-
bedragen. De argumenten van de bijzondere instellingen hebben nagenoeg
geen gevolgen voor de wetstekst gehad. Alleen werd aan de toehchting van
art. 16 van het ontwerp nog toegevoegd, dat de opstelling van het AFS zou
geschieden 'met inachtneming van gelijke ontwikkelingskansen van openbaar
en bijzonder onderwijs'. Evenmin werd tegemoet gekomen aan de bezwaren
van de bijzondere instellingen tegen de inschakehng van de Academische
Raad bij de beoordehng van de ontvangen ontwikkelingsplannen, omdat zij
van de behandeling door dit Uchaam een aantasting van hun vrijheid vrees-
den, ^^o
III.6.2. De subsidievaststelling
III.6.2.1. Het v o o r o n t w e r p
Na de bepalingen over het ontwikkelingsplan en de financiële schema's
volgden in het voorontwerp van 1959 twee financiële paragrafen. De
eerste^"*' had betrekking op de bekostiging van de rijksinstellingen, de twee-
de^"*^ op de bekostiging van de bijzondere instellingen. In deze laatste para-
graaf werd gebroken met het oude stelsel van objectieve maxima ontleend
aan de kosten van de openbare universiteiten; in plaats daarvan zou een per-
centage van de netto-kosten van de bijzondere instellingen overeenkomstig
de door de commissie-'s Jacob ontwikkelde normen door het rijk^''^ worden
239. Aldus een brief van de vertegenwoordigers van de bijzondere instellingen in de
commissie-'s Jacob, de heren Schouten (VXJ), Post (KU), de Boer (NEH) en van Spaen-
donck (KHT) dd. 5 september 1959, Archief directeuren VU 1959, no. 483a.
240. Brieven bijzondere insteUingen dd. 19 september 1959 no. Q 935/L/DP (KHT);
dd. 21 september 1959, Archief curatoren VU 1959, no. 492 (VU); dd. 21 september
1959 no. 2/0182 (NEH); dd. 22 september 1959 no. 16.406 (KU).
241. Artt. 100-109 voorontwerp.
242. Artt. 110-117 voorontwerp.
243. Later werd in het herzien ontwerp bepaald, dat subsidies uit andere openbare
135
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's