Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 102

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 102

Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam

3 minuten leestijd

was voltooid"^ greep minister Cals die gelegenheid aan om voor de tweede

fase van deze herziening een aantal uitgangspunten te formuleren.^^^ In deze

fase zouden examenprogramma's, studieopbouw en studieduur — minister

Cals achtte een beperking van de cursusduur en van de maximale studieduur

tot het doctoraal examen tot vijf jaar geboden — centraal gesteld worden.

Een verband tussen de capaciteitsproblemen, waarin het wetenschappelijk

onderwijs ook toen al verzeild dreigde te raken, en een dergelijke studieduur-

verkorting lag voor de hand.^^"*

Tegen 1967 begon de herstructurering van het wetenschappelijk onderwijs

enige vorm aan te nemen. In dat jaar werd prof. dr. K. Posthumus benoemd

tot regeringscommissaris voor het wetenschappelijk onderwijs. De pubhcatie

van zijn nota 'De universiteit: doelstellingen, functies, structuren' en van een

tweetal vervolgnota's bracht het herstructureringsvraagstuk in de algemene

belangstelling.^^^ Posthumus vestigde daarbij tevens de aandacht op de

behoefte aan een nauwere samenhang tussen wetenschappelijk onderwijs en

hoger beroepsonderwijs (HBO).

In 1971 begon het werk van Posthumus vrucht af te werpen toen minister

Veringa twee voorontwerpen van wet deed uitgaan. ^^* Het voorontwerp van

wet herstructurering wetenschappelijk onderwijs behelsde een drietal voor-

stellen, waarvan het voorstel om het recht op inschrijving als student aan een

universiteit of hogeschool te binden aan een maximale tijdsduur - de in-

schrijvingsduur — wel het meest omstreden was. De inschrijvingsduur zou

voor de propedeutische en de doctorale fase^^' telkens een jaar meer mogen

bedragen dan de cursusduur voor die fasen. Gevolg hiervan zou moeten zijn,

dat een deel van de capaciteit van het wetenschappelijk onderwijs, waarop

tot dan toe beslag werd gelegd door studenten, die door een lange inschrij-

vingsduur een onevenredig deel van de universitaire aandacht voor zich op-

eisten, vrij zou komen. Dit zou nog verder gestimuleerd moeten worden door

de cursusduur — dat is de wettelijk vastgestelde duur van de fasen van het

onderwijsprogramma — voor alle studierichtingen in beginsel op vier jaar te

bepalen.^^*

Volgens het voorontwerp zouden de instellingen van wetenschappelijk

onderwijs voortaan ook worden belast met het geven van postacademisch

232. Deze herziening vloeide voort uit de totstandkoming van de wet WO; AMvB dd. 11

september 1963, Stb. 380.

233. Zie brief van minister Cals aan de Academische Raad dd. 23 juli 1963, DGW

103.240. Zie ook HandeUngen I 1962-1963, blzz. 2263 e.v. passim.

234. Minister Bot legde dit verband in zijn brieven dd. 27 november 1963,

DGW 106445, en dd. 4 mei 1964, DGW 113541, waarin ook de instelling van een plaat-

singscommissie voor de faculteiten der geneeskunde aan de orde werd gesteld.

235. Staatsdrukkerij 1968; de nota's 'Het universitair onderwijs — doelstellingen, func-

ties en structuur' en 'Universitair onderwijs — structuren' volgden in 1969 en 1970. Zie in

dit verband ook drs. G.J. Bergenhenegouwen: 'De nota Posthumus in discussie', 1970.

236. Aan de universiteiten en hogescholen toegezonden bij brief d.d. 9 maart 1971,

DGW/JW 205234.

237. Het kandidaatsexamen zou komen te vervallen.

238. Behoudens de uitzonderingen in het Academisch Statuut zouden de prope-

deutische en doctorale fase één, resp. drie jaar duren.

90

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 102

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's