Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 113

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 113

Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam

3 minuten leestijd

van hare grondgedachte: de zorg der Overheid voor deugdelijk volksonder-

wijs'.''^

In 1905 zette de wetgever een volgende stap in de richting van gelijkstelling

van openbaar en bijzonder lager onderwijs door de uitkering van rijkswege

van minimum-salarissen voor onderwijzers bij bijzondere scholen.'** Steeds

duidelijker echter streefden de voorstanders van bijzonder onderwijs naar een

volledige financiële gelijkstelling: de eindstrijd werd ingezet.'*'' Een door het

ministerie-Heemskerk in 1910 ingestelde staatscommissie ter voorbereiding

van een herziening van de Grondwet achtte het onderwijsartikel 'wat de

hoofdstrekking aangaat niet meer van dezen tijd'.''^ De door het ministerie-

Heemskerk voorbereide grondwetsherziening kwam evenwel tot een abrupt

einde, toen de uitslag der verkiezingen dit ministerie tot heengaan noopte.

Het daarna optredende extra-parlementair kabinet-Cort van der Linden be-

sloot om, alvorens de herziening aan de orde te stellen, eerst een staatscom-

missie te laten onderzoeken in hoeverre een algemeen bevredigende regeling

terzake van de subsidiëring van het bijzonder onderwijs en de daaraan te

verbinden voorwaarden mogelijk was.'*' Bovendien werd besloten de behan-

deling van het onderwijsartikel te koppelen aan die van het kiesrecht. ^ Begin

1914 werd de bevredigingscommissie geïnstalleerd;^' de opdracht aan de

commissie luidde om wettelijke voorschriften te ontwerpen ten aanzien van

de voorziening in de kosten van openbaar en bijzonder onderwijs en zo nodig

een nieuw onderwijsartikel te ontwerpen. Uitdrukkelijk sloot minister Cort

van der Linden het vraagstuk van de eventuele subsidiëring van het bijzonder

hoger onderwijs van de bemoeienissen van de bevredigingscommissie uit.

In de commissie werd men het eerst eens over de algemene beginselen van

de nieuwe wetgeving; pas daarna werd de redactie van een nieuw grondwets-

artikel ter hand genomen. Tijdens de laatste vergadering werd daarover over-

eenstemming bereikt.'^ In de door de commissie voorgestelde redactie

brachten zowel de regering als de Tweede Kamer in eerste lezing verschillen-

de veranderingen aan. In tweede lezing werd het nieuwe onderwijsartikel met

grote meerderheid door het parlement aanvaard — in de Eerste Kamer zelfs

unaniem — om vervolgens op 12 december 1917 plechtig te worden afgekon-

digd.^^ Tegelijkertijd werd een additioneel artikel aan de Grondwet toege-

45. T.a.p. blzz. 48-49.

46. Wet van 3 juni 1905, Stb. 151; daarover Van der Net, blzz. 10-11.

47. Aldus een brochure van Chr.L. Wesseling Mzn: 'De Eindstrijd voor de vrije school',

juni 1912. Zie ook dr. Cassianus Hentzen O.F.M.: 'De financieele geUjksteUing,

1913-1920', 1925; hij berekent, dat het bijzonder lager onderwijs de gemeenten in 1910

een bedrag van f 6 358 600 uitspaarde.

48. Rapport staatscommissie 1910; vgl. Sybenga, blz. 460.

49. Troonrede van september 1913.

50. Art. 80 Grondwet 1917; zie Sybenga, blzz. 23, 463-464.

51. De bevredigingscomraissie werd ingesteld bij KB van 31 december 1913, Stct. 1914

no. 1, en geihstalleerd op 8 januari 1914. Voorzitter was dr. D. Bos, ondervoorzitter

jhr.mr. A.F. de Savomin Lohman. Over de eerste bevredigingscommissie zie par. 1.2.2.

52. Vergadering dd. 11 maart 1916. Op dezelfde dag werden het concept-grondwets-

artikel en de concept-wetten in een eindrapport aan de Koningin aangeboden. Eind-

rapport en notulen van de commissie werden in druk uitgegeven in aprU 1916, resp. 1920.

53. Stb. 1917, no. 663.

101

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 113

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's