Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 182

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 182

Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam

3 minuten leestijd

Vervolgens stelde de nota vast, 'dat het voorontwerp het verschil in struc-

tuur van de openbare en bijzondere instellingen ten enen male miskent'.

Daarin werd onder meer voorbij gegaan aan het feit, dat de bijzondere instel-

lingen geen eigen rechtspersoonlijkheid bezitten. Een eerste conclusie van de

nota was dan ook, dat 'met de — uit de grondwettelijke vrijheid van onder-

wijs voortvloeiende — eigen structuur der bijzondere instellingen niet (werd)

gerekend'. Een tweede conclusie was, dat het voorontwerp daarom 'in strijd

met de eisen van de vrijheid van onderwijs, ook wat betreft de vrijheid van

richting' was. Voorgesteld werd om aan deze principiële bezwaren tegemoet

te komen door in het voorontwerp te bepalen, dat de reglementen van de

bijzondere instellingen met de wettelijke bepalingen ten aanzien van de open-

bare instellingen zouden moeten overeen stemmen, voorzover althans de

eigen aard van de bijzondere instellingen zich daarmee zou verdragen. 'Daar-

bij zou dan wel uitdrukkelijk moeten worden toegelicht, hoe die eigen aard

betrekking heeft op zowel de eigen structuur van de bijzondere universiteit,

als op de eisen van haar richting'.''^*

Naar aanleiding van deze kanttekeningen volgde een overleg van de minis-

ter met de bijzondere instellingen.''^'' De minister liet bij die gelegenheid uit-

komen, dat hij een bij de wet geregelde bestuurshervorming op korte termijn

geboden achtte. Bij alle haast wenste de minister — begrijpelijk en terecht —

koste wat het kost de hervorming van het universitaire bestuur in de hand te

houden. Hij vreesde echter, dat nu juist de bijzondere universiteiten en

hogescholen, waarop hij krachtens de Grondwet geen daadwerkelijke invloed

kon uitoefenen, deze opzet zouden verstoren en de bestuurshervorming als-

nog uit de hand zouden laten lopen.^^*

Tot 1948 en waarschijnlijk tot in de zestiger jaren zou het voor de overheid

tamelijk onverschillig zijn geweest, hoe het de bijzondere instellingen verging

en wat daar voorviel. Hadden zij niet aan de eisen van deugdelijkheid of de

voorwaarden voor bekostiging voldaan, dan zou de intrekking van de aan-

wijzing, c.q. erkenning zonder veel bezwaar onder ogen zijn gezien. Nu

echter was het bijzonder wetenschappelijk onderwijs niet alleen rechtens,

maar ook praktisch (de behoefte aan universitaire opleidingen!) een inte-

grerend onderdeel van het onderwijsbestel geworden. De vrijheid van de

bijzondere instellingen maakte het naar de mening van de minister 'niet

denkbeeldig, dat de discussies op de bijzondere instellingen voortgaan, waar-

bij het maximum van de wet daar als minimum wordt aangehouden. Dit kan

op zijn beurt weer leiden tot escalatie aan de openbare universiteiten en

426. Bij de nota behoorde een aantal amendementen op het voorontwerp. Deze amen-

dementen waren in eerste aanleg van prof. Duynstee afkomstig, maar de uiteindelijke

redactie was van mr. Donner. De amendementen beoogden art. 93 wet WO aan te vullen,

zodanig, dat de besturen van de rechtspersonen, waarvan de bijzondere instellingen uit-

gingen, de bevoegdheid zouden behouden regelen inzake de organisatie vast te stellen,

echter zoveel mogeUjk — zulks ter toetsing door de minister - de bepalingen van de

nieuwe wet daarbij in acht nemend.

427. Op 5 maart 1970.

428. Zo merkte de minister op, 'dat het ontwerp-reglement van Nijmegen op bepaalde

punten veel verder gaat dan het voorontwerp'.

170

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 182

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's