Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 139

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 139

Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam

3 minuten leestijd

minister.''^ Voorts werden in de wet houdende bevordering van het zuiver-

wetenschappelijk onderzoek'^ voor de eerste maal de vier aangewezen en

gesubsidieerde universiteiten en hogescholen met name genoemd en ver-

kregen zij de wettelijke bevoegdheid zich te doen vertegenwoordigen in de

raad voor het zuiver-wetenschappelijk onderzoek.

Maar hoezeer de bijzondere instellingen deze neveneffecten van de wet-

Gielen ook waardeerden en hoezeer deze wet ook een stap in de richting van

volledige financiële gelijkstelling van openbaar en bijzonder hoger onderwijs

betekende, de wet bleek toch weldra een zeldzaam ingewikkeld en onhan-

teerbaar stuk wetgeving; minister Cals noemde de wet in 1956 'een crypto-

gram of erger nog een hersenbreker' en een typisch voorbeeld van 'ganze-

bord-wetgeving'.''' Vanaf 1949 ontvingen alle vier de instellingen rijkssubsi-

dies overeenkomstig de wet-Gielen,^'* maar reeds in datzelfde jaar ontston-

den de eerste conflicten over de toepassing van de wet.^^''

Tegen 1950 waren de bezwaren tegen de wet-Gielen zo manifest geworden

— in het bijzonder golden deze de berekeningswijze van het objectief maxi-

mum —, dat vanuit de Tweede Kamer aandrang op de minister''^ werd uit-

geoefend om haar te herzien."' De minister van zijn kant meende, dat de

wet nog te kort in werking was om daarin al in 1951 ingrijpende veranderin-

gen aan te brengen; wel was hij bereid om door een aantal technische wijzi-

gingen 'de geldende wettelijke regeling beter uitvoerbaar te maken en in over-

eenstemming te brengen met de bedoelingen van de wetgever van 1948'. In

overeenstemming met dit uitgangspunt diende hij begin 1952 een wetsont-

werp in,^'' dat binnen vier maanden het staatsblad bereikte.^"'

193. Dit onderling overleg werd op 31 oktober 1956 geüistitutionaliseerd in het Inter-

universitair Contact Orgaan (lUCO), een voorloper van de huidige Academische Raad.

194. Wet ZWO van 5 januari 1950, Stb. K. 5.

195. Bij de installatie van de eerste commissie 's Jacob op 27 maart 1956; zie

par. III.5.5.

196. Overeenkomstig de wfet-Gielen ontvingen de VU, de KU en de NEH over de jaren

1947 en 1948 hun eerste subsidie; de KHT niet 'om de eenvoudige reden, dat die beide

boekjaren nog een bevredigend batig saldo hadden opgeleverd en het brengen van de

Hogeschool onder de Rijkssubsidieregeling (. . .) over die jaren ook moeilijkheden met de

verschülende lagere publiekrechtelijke Uchamen tengevolge zou hebben gehad'; nota aan

curatoren KHT dd. 10 maart 1953, Archief KHT.

197. De VU kwam in conflict met de minister over de subsidiëring van de medische

faculteit i.o., die de minister pas wenste te subsidiëren, 'wanneer het volledig onderwijs

voor een kandidaatsexamen is aangevangen'; brief OKW dd. 23 maart 1949, HOW

97056. Ook de verenigingskosten werden met subsidiabel geacht. Op een beroep van de

VU besHste de Kroon afwijzend, KB van 14 november 1949, no. 17.

198. In 1948 was prof. dr. F.J.Th. Rutten minister Gielen opgevolgd.

199. Voorlopig Verslag Rijksbegroting 1951, Bijlagen bij de HandeUngen II

1949-1950, no. 1900 VI nr. 13.

200. Bijlagen bij de Handelingen II 1951 — 1952, no. 2551. Nadat de bijzondere instel-

lingen gezamenhjk met de minister in conflict waren gekomen over de vaststelling van het

objectief maximum werd dit in eerste instantie herberekend; zie brief OKW dd. 21 juli

1949, HOW 105710; notulen directeuren VU dd. 17 september 1949, bizz. 1218-1219;

Archief directeuren VU 1949, no. 388. In het wetsontwerp werd voorgesteld het verschil

tussen de verschillende soorten kosten op te heffen en als grondslag voor het objectief

127

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 139

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's