De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 77
Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam
vonden. Niet alleen waren de inbreuken van de wetKuyper op de onderwijs
vrijheid dus van ondergeschikt belang, maar bovendien brachten deze onge
rechtvaardigde restricties van het grondrecht geen enkel werkelijk nadeel
voor de rechthebbende. Aan het vorenstaande kan dan ook moeilijk een
argument worden ontleend voor de irtvoering van een algemeen of beperkt
toetsingsrecht van de rechter van de wet aan de Grondwet.
II.4. Het bijzonder wetenschappelijk onderwijs van 19051960
II.4.1. De groei van het bijzonder wetenschappelijk onderwijs
Eerst door de totstandkoming van de wet van 22 mei 1905 was de VU wer
kelijk gesticht.'" Al in een zeer vroeg stadium waren vertegenwoordigers van
deze universiteit door minister K uyper over zijn wetsvoorstellen gepolst*'^ en
nu de wet dan eindelijk het Staatsblad had bereikt kon het college van direc
teuren''^ van de VU vrijwel onmiddellijk om aanwijzing verzoeken. Nog vóór
het inwerkingtreden van de wetK uyper richtte het college een verzoek aan
de nieuwe minister van Binnenlandse Zaken, mr. P. Rink,'"* om te worden
aangewezen als bevoegd tot het hebben van een bijzondere universiteit, die
ten aanzien van een aantal doctorale graden gelijke rechten zou hebben als de
rijksuniversiteiten.'" Minister Rink verzocht de VU nog een aantal wijzigin
gen in het aangeboden reglement te willen aanbrengen."* Het college van
directeuren overwoog, dat het tegen deze wijzigingen, 'welke vooraf door
Uwe Excellentie nog noodig geacht worden, enerzijds wel twijfel zou(den)
kunnen opperen, maar toch anderzijds tegen die wijzigingen geen over
wegend bezwaar te hebben'.'"
Toen de VU in 1880 haar wetenschappelijke kwaliteiten nog moest be
wijzen, had zij de effectus civilis niet onmiddellijk begeerd. Nadien werd nog
herhaalde malen beslist, dat de tijd nog niet rijp was om de effectus civilis
van de overheid te vragen," maar na in de 25 jaar van haar bestaan te
hebben bewezen mee te tellen vroeg de VU om wat zij als haar recht be
schouwde. Het college van directeuren was van oordeel, dat geen der wette
>
democratisering van het wetenschappelijk onderwijs als op het punt van de numerus fixus
tot soms onwerkbare situaties aanleiding gegeven.
111. Aldus het 'Nieuws van de Dag' in die dagen; vgl. dr. J.C. Rullman: 'Abraham
Kuyper, een levensschets', Kampen, 1928, blz. 204.
112. Zie De Ru, hoofdstuk II; hij vermeldt, dat K uyper al in 1902 verschillende hoog
leraren van de VU over zijn voorontwerp raadpleegde.
113. In het vervolg zal het bestuur van de Vereniging voor Hoger Onderwijs op Gerefor
meerde Grondslag aldus worden aangeduid.
114. In 1905 volgde het ministerieDe Meester het ministerieK uyper op.
115. De wetKuyper trad pas in juli 1905 in werking. De brief van het college van direc
teuren is van 15 juni 1905; Archief directeuren VU, 1905, no. 40.
116. Brief dd. 4 november 1905; Archief directeuren VU, 1905, no. 73. De Ru,
blz. 168, meent, dat de VU reeds voor dat tijdstip voor aanwijzing werd voorgedragen bij
de Kroon.
117. Brief dd. 15 november 1905; Archief directeuren VU, 1905, no. 76. Vgl. advies
senaat VU dd. 11 november 1905; Archief directeuren VU, 1905, no. 75.
118. De Vereniging besloot daartoe in zijn algemene vergaderingen van 1886 en 1889;
zie par. II. 1.1.
67
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's