Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 95

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 95

Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam

3 minuten leestijd

op minister Cals uitgeoefend om opnieuw met een wetsvoorstel te komen.

De minister gaf zich weliswaar al snel gewonnen,^^ maar het duurde toch

nog tot 1963 eer er een ontwerp van wet kwam, bedoeld om alsnog de instel­

ling van juridische faculteiten aan economische hogescholen mogelijk te

maken;^^^ dit voorstel werd door de Staten­Generaal aanvaard.^'

Intussen waren enkele bijzondere instellingen tot de slotsom gekomen, dat

minister Cals met zijn toekomstplannen wel erg hard van stapel liep en daar­

bij te weinig rekening hield met de vrijheid van het bijzonder wetenschappe­

lijk onderwijs. Zo reageerde de VU afwijzend op het voorsteP**^ om gezamen­

lijk met de gemeentelijke universiteit een nieuwe tandheelkundige opleiding

te verzorgen, omdat dit niet goed viel te rijmen met het eigen karakter van de

VU. De besturende colleges van de VU haastten zich de minister er op te

wijzen, dat de VU zich nooit zonder meer aan samenwerking had ont­

trokken; nu echter gold het 'een integrerend deel van de opleiding van

studenten in volle omvang uit eigen hand te geven en over te laten aan een

instituut, waarin wij wel een zekere zeggenschap zullen hebben, maar het­

welk toch onmogelijk maakt op een (. . .) opleiding het eigen stempel onzer

universiteit (te) drukken'.^"^

II.6.2. Van plaatsingscommissies tot machtigingswet

Toen in 1963 de K VP­er mr. Th.H. Bot^* de portefeuille van Onderwijs,

Kunsten en Wetenschappen van Cals overnam werd hij vrijwel onmiddellijk

geconfronteerd met nijpende capaciteitsproblemen bij vooral het medisch

wetenschappelijk onderwijs. Om daaraan het hoofd te bieden kwam hij al

­>

beide hogescholen ook aan materiële, dat wil zeggen financiële vrijheid. Zelfs indien men

tot het oprichten van nieuwe faculteiten vrij zou zijn geweest, dan is het nog de vraag of

de overheid daartoe de nodige financiële middelen zou hebben verschaft.

201. In een overleg met de beide hogescholen op 21 september 1961.

202. Bijlagen bij de Handelingen II 1962­1963, no. 7015.

203. Wet van 30 mei 1963, Stb. 236; zie voorts wet van 8 mei 1969, Stb. 191, tot aan­

passing van de effectus civilis.

204. Medegedeeld bij brieven dd. 17 juni 1960, HOW 66784, en dd. 31 mei 1961,

DGW 78336.

205. Brieven college van curatoren VU dd. 30 januari en 4 mei 1962, Archief curatoren

VU 1962, nos. 71 en 197. Uiteindelijk kreeg alleen de Universiteit van Amsterdam een

tandheelkundige opleiding; later kreeg ook de VU van minister Veringa een opleiding toe­

gewezen.

Niet alleen naar aanleiding van de nota­Cals, maar ook fundamenteel bezon de VU zich

op 'De VU in de wereld van morgen' (nota van prof. dr. J. Lever, Archief directeuren VU

1961, no. 155). KTa het verschijnen van deze nota werd een commissie tot bestudering van

de situatie van het christelijk wetenschappelijk onderwijs, de commissie­Meynen, inge­

steld. Deze commissie bracht in 1963 rapport uit (Notulen van directeuren en curatoren

VU 1964, passim). Dit rapport gaf aanleiding tot een beleid, dat zich richtte op verbete­

ring van de bestaande studierichtingen en completering daarvan met dien verstande, dat

enerzijds een uitbreiding van de VU niet ten koste zou mogen gaan van het bijzonder

karakter, terwijl anderzijds de instelling van dure, op het opleiden van weinig studenten

gerichte en bovendien elders aanwezige studierichtingen moest worden vermeden.

206. Zie over de persoon van deze minister: prof. Mr. F.J.F.M. Duynstee: 'De kabinets­

formaties 1946­1965'.

83

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 95

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's