De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 216
Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam
een onbelemmerde godsdienstige en levensovertuiglijke vorming te verzeke-
ren'.'^ Aldus wordt getracht om de pluriformiteit in levensbeschouwing in
één school of instelhng van onderwijs te waarborgen.
De Onderwijsraad''' heeft intussen als haar mening te kennen gegeven, dat
de gedachte van een positieve neutraliteit weliswaar 'aantrekkelijk' is, maar
zich moeilijk verdraagt met de grondwettelijk voorgeschreven eerbiediging
van ieders godsdienstige begrippen. 'Indien het naar de geest van deze tijd
zou zijn te streven naar een verbijzondering van de openbare school, dan
meent de afdeling, dat een beslissing ter zake zou moeten worden genomen
naar aanleiding van een te wijzigen derde lid van art. 208 van dè Grondwet'.
Nu heeft het er de schijn van, dat een 'verbijzondering van het openbaar
onderwijs' verder gaat dan de door minister van Kemenade beoogde positieve
neutraliteit of een waarborging van de pluriformiteit in levensbeschouwing,'*
maar niet ontkend kan worden, dat een afwijken van de neutraliteit van het
openbaar onderwijs wezenlijke vragen en problemen oproept.
Op zichzelf is zeer wel te verdedigen, dat de grondwetgever met de formu-
lering 'de eerbiediging van ieders godsdienstige begrippen' niet meer heeft
bedoeld dan dat het openbaar onderv/ijs zodanig behoort te worden inge-
richt, dat een ieder in de gelegenheid is om een openbare school te bezoeken,
waar zijn specifieke godsdienstige of levensbeschouwelijke begrippen worden
geëerbiedigd. Dit zou betekenen, dat in iedere willekeurige openbare school
alleen de godsdienstige begrippen van hen, die in die school daadwerkelijk
onderwijs volgen, behoeven te worden geëerbiedigd; geen rekening behoeft te
worden gehouden met de begrippen van hen, die die school niet bezoeken.
Terwijl Groen maar voor een beperkt aantal gezindten ieder een eigen open-
bare school wilde inrichten, betekent een positief recht doen aan ieders gods-
dienstige of levensbeschouwelijke begrippen, dat elke staatsburger een op
zijn specifieke overtuiging toegesneden openbare school zou kunnen ver-
langen. De praktische bezwaren van een dergelijke verbijzondering van de
openbare school zijn, dat naast elkaar een zo groot aantal openbare scholen
zou ontstaan, dat noch de bekostiging noch de bemanning en uitrusting door
de overheid zouden zijn te verwezenlijken.
In plaats van recht te doen aan elke afzonderlijke levensbeschouwelijke en
maatschappelijke stroming in de samenleving zal het openbaar onderwijs dus
wel moeten streven naar een min of meer neutrale eerbiediging van deze ver-
schillende begrippen. In die neutraliteit schiet het openbaar onderwijs naar
veler opvatting echter ernstig tekort door juist in het geheel geen aandacht
aan welke godsdienstige of levensbeschouwelijke opvatting dan ook te
schenken. De neutraliteit komt erop neer, dat geen onmiddellijke aanstoot
wordt gegeven en dat het openbaar onderwijs zich onthoudt van alles wat
zou kunnen kwetsen. Bij een positieve neutraliteit van de openbare school
96. Aldus informatiebulletin 13 van het Centraal Orgaan van het Gemeentelijk Voort-
gezet Onderwijs: Nota betreffende de samenwerkingsschool, augustus 1973, blz. 15.
97. Zie het advies van de Onderwijsraad bij het ontwerp van wet op het basisonderwijs,
dd. 4 november 1976, no. OR III/88069 LO.
98. Ook on) een dergelijke pluriformiteit te verwezenlijken zou een wijziging van de
Grondwet nodig zijn; vgl. Vleugelers: blzz. 53 e.v.
204
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's