Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 103

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 103

Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam

3 minuten leestijd

onderwijs. Dit onderwijs, dat een vervolg zou moeten zijn op het doctoraal

examen was in het bijzonder bedoeld voor 'hen die maatschappelijke betrek-

kingen bekleden, waarvoor een wetenschappelijke opleiding vereist is of

dienstig kan zijn' om hen in staat te stellen zich regelmatig te verdiepen in

ontwikkehngen in de wetenschap teneinde hun betrekkingen zo goed

mogelijk te kunnen bekleden.^^' Het derde belangrijke voorstel betrof het

colloquium doctum;^'*" de leeftijdsgrens daarvoor zou worden teruggebracht

tot 25 jaar, maar om een nauwere samenhang met het HBO te beklemtonen

werden de bezitters van een HBO-diploma van deze leeftijdseis vrijgesteld.^'*'

Kort voor zijn aftreden diende minister Veringa de beide voorontwerpen

nagenoeg ongewijzigd in bij de Tweede Kamer. ^"^^ Van deze beide wetsont-

werpen heeft het ontwerp van wet herstructurering wetenschappelijk onder-

wijs na een zeer uitvoerige en langdurige parlementaire behandehng in 1975

het Staatsblad bereikt.^''^

II.7.2. Herstructurering als voorwaarde voor erkenning

De bepalingen van de wet Herstructurering zijn voorwaarden voor erkenning

en bekostiging van de bijzondere universiteiten en hogescholen. Dat een be-

korting van de studieduur en het vaststellen van een cursusduur bij het

wetenschappelijk onderwijs financiële consequenties heeft ligt voor de hand;

bij gelijkblijvende uitrusting van het wetenschappelijk onderwijs kan het aan-

tal studenten worden vergroot. Dat de bepalingen van de wet voorwaarde

voor bekostiging zijn behoeft dan ook niet te verbazen, al kan men zich wel

afvragen of het niet juister geweest zou zijn om aan de bijzondere instellingen

de vrijheid te laten om ten eigen laste van de voorgeschreven studie- of

cursusduur af te wijken. Dat de bepahngen van de wet tevens voorwaarden

voor erkenning zijn ligt aanzienlijk minder voor de hand.

Van de zijde van de bijzondere instelHngen zijn geen principiële bezwaren

tegen het wetsontwerp geuit. ^"^ De toezending door minister Veringa van het

voorontwerp aan de bijzondere instellingen is te beschouwen als een verzoek

om instemming met de voorgenomen uitbreiding van de voorwaarden voor

erkenning. Het uitblijven van wezenlijke kritiek op dit voorontwerp als een

239. Zie voorgestelde artt. 2 lid 3 en 143 bis van de wet WO.

240. Het colloquium doctum is een toelatingsonderzoek, dat hen, die niet beschikken

over een voldoende vooropleiding, de mogelijkheid biedt om alsnog tot het weten-

schappeüjk onderwijs te worden toegelaten.

241. Aldus het voorgestelde art. 29 wet WO. De universiteiten en hogescholen zouden

voortaan zelf de colloquia mogen afnemen; voorheen gebeurde dat onder verant-

woordelijkheid van de overheid.

242. Bijlagen bij de HandeUngen II 1970-1971, nos. 11281 en 11286.

243. Wet van 12 november 1975, Stb. 656; zie ook Beschikking richtUjnen herprogram-

mering wetenschappelijk onderwijs dd. 22 maart 1976, DGHW/OWWO/OS 282482,

Stct. 61.

244. De VU reageerde positief en was aUeen bezorgd over de positie van de centrale

interfaculteit; zie brief minister Veringa dd. 12 mei 1971, DGW/AZW 206727; voorts ir.

CA. Doets; 'Inzake de toekomstige ontwikkeling van het zogenaamd tertiair onderwijs',

dd. 13 juh 1971, Universiteit en Hogeschool 1971. Zie verder brief KU Nijmegen dd. 8

aprU 1971, no. 155984; brief NEH dd. 13 april 1971, no. 15024/2213.

91

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 103

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's