De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 146
Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam
gen zou gelden, maar wel met hen rekening zou moeten houden. Tegen dit
voorstel van de commissie-van der Pot leefden bij de bijzondere instellingen
wel enige, doch geen onoverkomelijke bezwaren. ^^^
Het voorontwerp-Cals introduceerde verder het algemeen financieel schema
(AFS), dat in overleg met de minister van Financiën zou moeten worden op-
gesteld en dat het kader zou moeten bepalen 'binnen hetwelk de beschikbare
middelen voor het hoger onderwijs aan de diverse instellingen kunnen
worden toebedeeld'.^^* De colleges van curatoren van alle universiteiten en
hogescholen zouden eenmaal per vier jaar een ontwikkehngsplan voor het
onderwijs en de beoefening van de wetenschap moeten opstellen en dit ont-
wikkehngsplan vergezeld van een raming van de kosten bij de minister in-
dienen. Van zijn kant werd de minister belast met het geven van richtlijnen
voor de inrichting van de ontwikkehngsplannen, zoals hij ook aanwijzingen
zou moeten geven voor de jaarlijks door curatoren op te stellen financiële
schema's. Deze schema's zouden dan weer de basis voor het door de minister
in overleg met zijn ambtgenoot van Financiën op te stellen AFS moeten
vormen.^^'^
De betekenis van de ontwikkelingsplannen en de verschillende financiële
schema's was vrij bescheiden. Het voorontwerp-Cals, dat op dit punt onge-
wijzigd het Staatsblad heeft bereikt, kende aan de plannen en schema's geen
enkele rechtskracht toe. Beide figuren waren in de eerste plaats bedoeld om
volledig op de hoogte te kunnen blijven van het doen en laten van de
universiteiten en hogescholen, alsmede van de financiële consequenties van
hun voornemens. Het karakter van ontwikkehngsplannen en schema's is dan
ook primair informatief; het zijn geen regehngen maar prognoses en zij be-
vatten anders dan sommige andere plannen in het bestuursrecht geen be-
schikkingen. In zoverre kan de opvatting, dat het plan in het bestuursrecht
een rechtsfiguur sui generis is, worden onderschreven.^^*
Dat noch het ontwikkelingsplan noch het schema van uitgaven iets van
een beschikking hebben blijkt al uit het feit, dat zij de instellingen in geen
enkel opzicht binden; ook indien de overheid de volgens het ontwikkehngs-
plan benodigde middelen ter beschikking zou stellen, dan nog verphcht geen
wetsbepahng de instelHngen tot uitvoering van het plan. Op afwijking van het
plan staat geen enkele sanctie. Zijn de ontwikkelingsplannen en financiële
schema's geen beschikkingen, ook van een regeling is geen sprake, omdat zij
steeds duidelijk naar plaats, tijd en inhoud zijn bepaald en derhalve het alge-
mene karakter ontberen, dat een regehng kenmerkt.
De bijzondere instellingen meenden, dat de overheid niet behoefde te be-
schikken over haar ontwikkelingsplannen en financiële schema's, omdat de
subsidie tot dusverre steeds werd vastgesteld op grondslag van de feitelijke
235. Zie brief college van curatoren VU dd. 23 december 1958; archief curatoren VU
1959, no. 1. Vgl. verslag lUCO, gevoegd bij de brief van het lUCO dd. 30 oktober 1958,
no. H65.
236. Brief aan de bijzondere instellingen dd. 16 juni 1959, HOW 50320.
237.Artt. 97-99 van het latere ontwerp-Cals en de wet WO.
238. Vgl. prof. mr. A.D. Belinfante: 'Kort begrip', blzz. 56 e.v.; mr. J.L.H. Cluysenaar
in Ars Aequi 1964, blz. 152; prof. mr. P. de Haan: 'Inleiding administratief recht', col-
legedictaat.
134
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's