Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 78

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 78

Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam

3 minuten leestijd

lijke voorwaarden de principiële vrijheid van de VU aantastte en kon mede

daarom vrij snel om aanwijzing verzoeken. ^'^ Nog in 1905 volgde de aanwij-

zing van de Vereeniging 'als bevoegd in de van de Vereeniging uitgaande

"Vrije Universiteit" eene bijzondere universiteit te hebben, die ten aanzien

van de door haar te verleenen doctorale graden in de rechtswetenschap, in de

klassieke letterkunde, in de Semitische letterkunde en in de wijsbegeerte ge-

lijke rechten heeft als de Rijksuniversiteiten'.'^"

Tot in de twintiger jaren lag het in de bedoeling om als vierde — de wet

verplichtte de VU tot stichting van een vierde faculteit vóór 1931'^' — facul-

teit een medische in te richten. Toen echter in 1924 en 1925 twee van de

daartoe benoemde hoogleraren ontslag namen werd op het laatste moment

besloten om in plaats van een medische faculteit een faculteit der wis- en

natuurkunde te stichten.'^^ De stichting van een vijfde faculteit verliep daar-

na eenvoudiger: in 1948 werd een faculteit der economische wetenschappen

ingesteld'^^^ en nog ruim voor het verstrijken van een termijn van vijftig jaar

na de eerste aanwijzing van de VU in 1905 werd in 1949 zelfs een zesde

faculteit, die der geneeskunde, opgericht.'"

Na de afkondiging van de wet-Kuyper werden ook van katholieke zijde her-

nieuwde voorbereidingen getroffen voor de stichting van een Katholieke Uni-

versiteit. Met dat doel werd in juli 1905 de St. Radboudstichting opge-

richt;'^* zolang deze stichting haar uiteindelijke doel niet zou hebben ver-

wezenlijkt rustte op haar tevens de taak om aan de rijksuniversiteiten bijzon-

dere leerstoelen te vestigen en in stand te houden. In 1909 werd de toestem-

ming verkregen om leerstoelen in te stellen en werd de eerste bijzondere

hoogleraar door de stichting benoemd.'^^ Met de voorbereidingen voor een

eigen universiteit vorderde men intussen nauwelijks; in eigen kring bleef de

stichting van een Katholieke Universiteit lange tijd omstreden. In 1912

richtte dr. Moller'^* in Amsterdam de lerarenopleiding de 'R.K.-Leergangen'

op met het doel de stichting van een R.K.-universiteit te bespoedigen;

zonder succes evenwel: ruim tien jaar bleven voor- en tegenstanders van een

Katholieke Universiteit het oneens en pas op 26 oktober 1922 besloot de

119. Aldus 'Vijfenzeventig jaar VU 1880/1955', blzz. 129 e.v.

120. KB van 4 december 1905, Stb. 311, tevens gepubliceerd in de Staatscourant van

19 december 1905. Sedertdien volgden telkens opnieuw aanvnjzingen van nieuwe studie-

richtingen; zie o.a. het KB van 4 januari 1951, Stb. 4.

121. In een brief dd. 10 januari 1929'werd het college van directeuren hier door de

minister nog eens op gewezen; Archief directeuren VU, 1929, no. 6.

122. Aanwijzing van deze faculteit volgde bij KB van 7 januari 1933, Stb. 6; dit KB

werkte terug tot 20 oktober 1930, de dag waarop de VU een halve eeuw bestond.

122a. Sinds 1937 kende de HO-wet ook een faculteit der economische wetenschappen;

zie par. II.4.3.

123. Aangewezen bij KB van 4 januari 1951, Stb. 4.

124. De stichting werd op 31 juli 1905 te Utrecht officieel opgericht door de gezamen-

lijke Nederlandse bisschoppen en vernoemd naar een Nederlandse aartsbisschop uit de

tiende eeuw. Al vóór 1905 was de stichting i.o. werkzaam.

125. Bij KB van 9 oktober 1909 verkreeg de stichting de vereiste goedkeuring; als eerste

werd de Warmondse filosoof J.Th. Beysens benoemd aan de Rijksuniversiteit te Utrecht.

126. Zie H.H. Knippenberg: 'Dr. Hendrik Moller', 1952.

68

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 78

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's