De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 44
Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam
toegang tot openbare ambten en bedieningen te reguleren en dat dus alleen
de staat de effectus civiUs aan instellingen van wetenschappelijk onderwijs
kan toekennen,^^' valt af te leiden, dat de rechtsgevolgen van het behalen van
een wetenschappelijke graad cum effectu civili van publiekrechtelijke aard
zijn.
In 1876 was de effectus civilis van de verschillende academische graden af-
gezien van de onderwijsbevoegdheid bij het openbaar onderwijs beperkt tot
een gering aantal ambten.^^^ Een graad in de rechtsgeleerdheid verschafte
toegang tot de rechterlijke macht en de advocatuur. ^^^ Aan alle academische
graden was de bevoegdheid tot het geven van openbaar onderwijs verbonden,
maar daarbuiten was aan geen der wetenschappelijke graden enige effectus
civilis verbonden in die zin, dat zij toegang gaven tot enig ambt; voor de uit-
oefening der geneeskunst of de tandheelkunde^^'* werd het bezit van een
wetenschappelijke graad alleen niet voldoende geacht en moest een aanvul-
lend staatsexamen^^^ worden afgelegd. Behalve voor het onderwijs was de
effectus civilis dus met name voor de faculteit der rechtsgeleerdheid van be-
tekenis; terloops kan worden opgemerkt, dat sedertdien de juridische beteke-
nis van de effectus civilis van wetenschappelijke graden sterk is uitgehold.^^*
Wetenschappelijke graden, die in het verleden zonder meer toegang verschaf-
ten tot verschillende ambten en bedieningen moeten thans door stages of ver-
dere opleidingen worden aangevuld om een volledig civiel effect te hebben.
Het streven van onder meer Kuyper^^^ om de betekenis van de effectus
civilis uit te breiden is zonder veel succes gebleven. Daarentegen heeft het
bezit van een wetenschappelijke graad sterk aan maatschappelijke betekenis
gewonnen. Zonder dat de wet of enige andere regeling zulks voorschrijft
wordt thans voor een groot aantal functies in de samenleving het bezit van
een wetenschappelijke graad als voorwaarde gesteld. Deze maatschappelijke
behoefte heeft — geheel in geest van Kuyper — geleid tot een enorme vertak-
king van het diplomastelsel; naast het wetenschappelijk onderwijs wordt
thans een groot aantal middelbare opleidingen en beroepsopleidingen ver-
zorgd, die — zonder dat daartoe enige rechtsgrond aanwezig is — de sleutel
tot tal van functies vormen. Terwijl het automatisch rechtsgevolg, dat het
bezit van een wetenschappelijke graad toegang geeft tot ambten en bedienin-
gen op grond van de wet, aan betekenis heeft verloren, heeft dus de maat-
schappelijke betekenis van het bezit van wetenschappelijke graden of andere
diploma's aan kracht enorm gewonnen.
221. Er zij op gewezen, dat ook in 1876 de effectus civilis zich niet beperkte tot het
hoger onderwijs; ook de diploma's van het middelbaar onderwijs hadden een civiel effect,
vermits zij toegang konden verschaffen tot het hoger onderwijs.
222. Zie De Geer van Jutfaas, blzz. 298 e.v.
223. Art. 92 HO-wet.
224. Zie de wet van 24 juni 1876, Stb. 117.
225. Zieblz. 33 noot 217.
226. Het bezit van een wetenschappelijke graad geeft geen rechtstreekse toegang meer
tot de advocatuur; zie de Stageverordening der Nederlandse orde van advocaten van 1
oktober 1955, Stct. 211. Vgl. de functie van de zogenaamde RAIO-opleiding.
227. Als minister bepleitte Kuyper in 1904 'een meer gespecificeerden effectus civilis';
Handelingen II 1903-1904, blz. 1357.
34
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's