De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 217
Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam
zou dat al heel anders komen te liggen. Zelfs indien zij niet meer zou doen
dan rekening houden met 'de verscheidenheid in levensbeschouwelijke en
maatschappelijke waarden in de Nederlandse samenleving', dan nog zullen
ouders of hun kinderen aanstoot kunnen nemen aan een 'objectiverende' en
'waardenvrije' voorsteUing van hun levensovertuiging. Reeds door de plaats
van een bepaalde levensbeschouwing op een bepaalde wijze te waarderen kan
het openbaar onderwijs tekort schieten in de eerbiediging van de gods-
dienstige gevoelens van hen, wier perceptie van de plaats van die levensbe-
schouwing hemelsbreed verschilt. Op grond hiervan is het nog een open vraag
of het huidige stelsel van absolute neutraliteit door wat wordt ervaren als een
loochening van godsdienstige begrippen kwetsender is dan een stelsel van
positieve neutraliteit, waarbij een geobjectiveerde voorstelling van die gods-
dienstige begrippen wordt gegeven.
Alvorens de bestaande neutraliteit van het openbaar onderwijs om te
buigen in een positieve neutraliteit dient de overheid zich dan ook ernstig af
te vragen of het openbaar onderwijs ook dan nog ieders godsdienstige begrip-
pen zal blijven eerbiedigen en of een positieve neutraliteit van dat onderwijs
op gelijke wijze als de bestaande zal ontkomen aan het kwetsen van welke
godsdienstige begrippen ook. De scheiding van kerk en staat zou evenzeer
gevaar lopen bij een positieve neutraliteit; sterker geldt dit nog bij het voor-
nemen om de pluriformiteit in levensbeschouwing te waarborgen, want dat
zou de overheid nopen te streven naar een pluriforme bestuurssamenstelling,
een pluriforme leerstof- en programma-ontwikkeling en een pluriform perso-
neelsbeleid.'' Bij een consequente beleidsvoering zou dan op den duur niet
zijn te ontkomen aan de vraag: met welke levensbeschouwing behoort wel en
met welke geen rekening te worden gehouden en op welke wijze blijkt dat
naar buiten?
De Onderwijsraad heeft opgemerkt, 'dat vele neutraal-bijzondere scholen
uit een gewijzigde opstelling van het openbaar onderwijs de noodzakelijke
consequenties zullen moeten trekken'. Dit duidt er op, dat tussen de neutra-
liteit van het openbaar onderwijs en van het neutraal-bijzonder onderwijs ver-
schil bestaat. Beschouwt men het openbaar en het neutraal-bijzonder onder-
wijs als verschillende schakeringen in de neutraliteit, dan zou een positieve
neutraliteit van het openbaar onderwijs de behoefte aan pluriformiteit bij het
bijzonder onderwijs verminderen. Daarmee zou een averechts resultaat zijn
behaald.
IV.4.2. De richtingen in het bijzonder wetenschappelijk onderwijs
Eén van de belangrijkste, zo niet de belangrijkste grondslag van de vrijheid
van onderwijs is de vrijheid van richting. De Grondwet heeft dit tot uitdruk-
king gebracht door te bepalen, dat de wetgever bij het formuleren van eisen
van deugdelijkheid aan het geheel of ten dele uit de openbare kas te bekos-
tigen onderwijs de vrijheid van richting in acht dient te nemen. Dit 'in acht
nemen' is bepaald nog iets sterker dan het elders in het onderwijsartikel ge-
99. Vgl. het 'Advies tot oprichting van een open universiteit', biz. 12.
205
%\
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's