Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 174

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 174

Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam

3 minuten leestijd

zoals blijkt uit het overleg met minister Bot. Het overleg met de overheid was

in deze fase dan ook te beschouwen als méér dan een raadpleging of een

vorm van inspraak alleen; veeleer doet het door minister Bot geïnitieerde

overleg denken aan een vorm van onderhandelingen voorafgaande aan een

overeenstemming. Dit strookt ook met de bedoeling van de minister, die

deze onderhandelingen in eerste instantie wenste te doen uitmonden in een

gentlemen's agreement, waarbij zowel de overheid als de bijzondere instel-

lingen zouden moeten verklaren zich aan de gevonden oplossingen en de

gemaakte afspraken te zullen houden.^'^ Men zou kunnen aannemen, dat dit

agreement bedoeld was als een verbintenisscheppende overeenkomst, die pas

op langere termijn door een wettelijke regeling zou moeten worden ver-

vangen.

De figuur van een gentlemen's agreement doet nogal merkwaardig aan,

omdat dit agreement in het onderhavige geval zou treden in een materie, die

al voor een belangrijk deel bij wet was geregeld: de grondwettelijke vrijheden

en bevoegdheden van de bijzondere instellingen, de bekostiging en de daar-

aan door de wet verbonden voorwaarden. Daar staat echter tegenover, dat in

de Duitse literatuur door Bosse^''^ een pleidooi is gevoerd om de verhouding

tussen de subsidiërende overheid en de gesubsidieerde te gieten in de vorm

van een overeenkomst en wel een publiekrechtelijke. Als voordeel van een

dergelijke constructie ziet hij: 'Einerseits wird der Staat als Leistender

deutlich sichtbar, wodurch sich die Merklichkeit der Subvention erhöht,

anderseits wird die deutlich formulierte Verpflichtung des Burgers von

diesem selbst übernommen und als Gegenleistung erkannt — wahrend die

Auflage stets nur als lastiges Beiwerk eines staatlichen Geschenks empfunden

wird. Der psychologische Unterschied sollte nicht unterschatzt werden. Ins-

gesamt führt also die vermehrte Anwendung der Vertragsform zu klareren

Rechtsverhaltnissen, zu einer starkeren Betonung des Zweckgedankens im

Subventionsrecht und zu einer psychologisch begründeten intensiveren

Bindung des Burgers an seine Verpflichtung'.^'''* Hij toont vervolgens aan, dat

ook de rechtsverhouding tussen de overheid en de gesubsidieerden op veel

punten doorzichtiger zou kunnen zijn bij de door hem gekozen constructie.^'^

Hoe aantrekkelijk de gedachte van Bosse misschien ook is, voor het Neder-

landse rechtsstelsel levert zij nogal wat problemen op, omdat de publiek-

rechtelijke overeenkomst in het Nederlandse recht op zijn minst omstreden

mag heten. Tegenover de zeer ruime opvatting van Van Praag,^'* die alle

overeenkomsten, die de uitoefening van een bestuurstaak van de overheid tot

object hebben, tot deze categorie rekent, staat de terughoudendheid van

Wiarda en Donner. Wiarda ontkent het bestaan 'van het begrip der publiek-

rechtelijke overeenkomst voor ons recht' wel niet, maar hanteert het begrip

alleen in de gevallen, 'waarbij in het positieve publieke recht van het begrip

372. Brief van minister Bot dd. 26 mei 1964, DGW 109218; vgl. par. III.7.2.

373. Dr. Wolfgang Bosse: 'Der subordinationsrechtliche Verwaltungsvertrag als Hand-

lungsform öffentlicher Verwaltung unter besonderer Berücksichtigung der Subventions-

verhaltnisse', 1974.

374. T.a.p. blz. 107.

375. T.a.p. blzz. 107-115.

376. Mr. L. van Praag: 'Op de grenzen van publiek- en privaatrecht', 1923.

162

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 174

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's