De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 134
Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam
plafond — het objectieve maximum — gebonden. De invoering van een
objectief maximum naast het subjectief maximum was bedoeld als een rem
op de hoogte van de subsidies; dat het objectief maximum van 50% van de
kosten van de rijksuniversiteiten moest corresponderen met een subjectief
maximum ter hoogte van 70% van de kosten van de bijzondere instellingen
was het gevolg van de opvatting, dat de bijzondere instellingen door een ge-
ringere omvang en bezetting goedkoper moesten kunnen zijn dan de openbare.
Blijkens de ontwerp-memorie van toehchting was subsidiëring tot 100%
voor de regering niet aanvaardbaar, omdat het rijk dan een zodanige controle
op de besteding van de subsidiegelden zou moeten uitoefenen, dat de vrijheid
van onderwijs zou worden aangetast. Bij een subsidiepercentage van 70 werd
enerzijds ruimte gelaten voor offervaardigheid ten behoeve van de bijzondere
instellingen'*' en anderzijds werd aldus vermeden, dat de wet een stimulans
zou zijn tot het oprichten van nieuwe bijzondere instellingen.'**
In deze vorm werd het concept aan de Raad van State, de Onderwijsraad
en de bijzondere instellingen voor advies aangeboden.'*'' Dit leidde wederom
tot ingrijpende wijzigingen, maar uiteindelijk kon in september 1947 een
wetsontwerp bij de Staten-Generaal worden ingediend.'*^ Dit ontwerp voor-
zag in de mogelijkheid van subsidiëring van aangewezen bijzondere instellin-
gen, die al tenminste 10 jaar in het bezit van de effectus civilis waren.'*' Het
subsidiepercentage werd afhankelijk gesteld van de omvang van de te bekosti-
gen instelling. De huisvestings- en exploitatiekosten van een bijzondere uni-
versiteit zonder B-faculteiten en van bijzondere hogescholen zouden voor
65% gesubsidieerd kunnen worden; voor deze universiteiten gold een objec-
tief maximum van 30% van de gemiddelde exploitatieuitgaven van de rijks-
universiteiten. Voor bijzondere universiteiten met één B-faculteit gold een
overeenkomstige subsidiemogelijkheid van 80% bij een objectief maximum
van 50% van de gemiddelde exploitatieuitgaven van de rijksuniversiteiten;
telde een bijzondere universiteit twee B-faculteiten dan was het bekostigings-
percentage 85 bij een objectief maximum van 60%. In een aantal aanvullende
bepaüngen werd dit stelsel nog nader uitgewerkt: onder exploitatielasten
werden begrepen de kosten voor de algemene diensten, de bibhotheken en de
faculteiten; de theologische faculteiten werden van bekostiging uitgesloten;
rekening werd gehouden met eventuele batige saldi van de bijzondere instel-
164. De bijzondere hogescholen zouden ook een subsidie van 70% van de exploitatie-
kosten ontvangen. Bij vergissing was bepaald, dat de subsidie telkens over een tijdvak van
5 jaar niet hoger zou mogen zijn dan 50% van de gemiddelde jaarlijkse kosten over de
voorafgaande 5 jaar; deze vergissing werd tijdig hersteld.
165. Ook bij veel hoger subsidiepercentages werd ditzelfde argument nog steeds gehan-
teerd.
166. Zie Archief directeuren VU 1947, no. 14.
167. Op 6 mei 1947 brachten de bijzondere instellingen de minister 'met nadruk onder
het oog, dat de bijzondere instellingen voor hooger onderwijs geen vergaande bemoeiing
van het Departement met de interne regeling van school en onderwijs zullen kunnen aan-
vaarden'; notulen directeuren VU d.d. 17 mei 1947, blz. 970.
168. Bijlagen bij de Handelingen II 1946-1947, no. 545.
169. Later bleek, dat de NEH en de KHT, die pas m 1939 de effectus civilis hadden
verworven aan deze voorwaarde niet konden voldoen. Met het oog daarop werd nog tijdig
een overgangsbepaling ingevoegd.
122
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's