Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 115

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 115

Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam

3 minuten leestijd

onderwijs betreffende de keuze der leermiddelen en de aansteUing der onder-

wijzers geëerbiedigd.

Het bijzonder algemeen vormend lager onderwdjs, dat aan de bij de wet te

stellen voorwaarden voldoet, wordt naar denzelfden maatstaf als het open-

baar onderwijs uit de openbare kas bekostigd. De wet stelt de voorwaarden

vast, waarop voor het bijzonder algemeen vormend middelbaar en voorbe-

reidend hooger onderwijs bijdragen uit de openbare kas worden verleend.

De Koning doet jaarlijks van den staat van het onderwijs aan de Staten-

Generaal verslag geven'.

Deze redactie bevat een aantal belangrijke, nieuwe elementen. In de eerste

plaats werd niet langer alleen het openbaar onderwijs, maar het gehele onder-

wijs tot een voorwerp van zorg van de regering verklaard.*" Bovendien werd

nu voor het eerst ook de term 'bijzonder onderwijs' als tegenhanger van het

openbaar onderwijs in de Grondwet geïntroduceerd; daardoor verkreeg het

bijzonder onderwijs een steviger grondwettelijke basis."' Tot 1917 erkende

de Grondwet 'slechts' de vrijheid tot het geven van onderwijs, sedertdien

erkent zij het bestaan van een bijzonder onderwdjs, dat ook nog in de zorg

van de regering is aanbevolen. Die zorg betreft voornamelijk de beschikbaar-

stelling van de nodige onderwijsuitkeringen; de wijze, waarop dit tegen-

woordig geschiedt, leidde de VNG tot de verzuchting: 'Het onderwijs is een

voorwerp van de aanhoudende zorg der regering, maar de beschikbaarstelling

van de daarvoor nodige gelden aan de gemeenten zal de regering een zorg

zijn'.«2

De belangrijkste wijziging in het onderwijsartikel betrof de bekostigings-

regeling. De mogelijkheid van volledige of gedeeltelijke bekostiging van het

bijzonder onderwijs door de overheid werd erkend. Terwijl echter het nieuwe

artikel met zoveel woorden voorschreef, dat het bijzonder algemeen vormend

lager onderwijs, dat voldoet aan de bij wet te stellen voorwaarden, op gelijke

voet moet worden bekostigd als het openbare,*^ ging de grondwetgever voor

wat betreft de bekostiging van andere vormen van bijzonder onderwijs

minder ver. Met betrekking tot het bijzonder algemeen vormend middelbaar

en voorbereidend hoger ondervidjs was slechts sprake van het verlenen van

bijdragen uit de openbare kas;*'' de mogelijkheid van financiële steun aan

het bijzonder hoger onderwijs werd niet met zoveel woorden genoemd. De

Grondwet gebood dus de bekostiging van het bijzonder lager onderwdjs en

60. Vgl. Huart, blzz. 348-351.

61. Met het oog op de mogelijkheid tot het realiseren van een samenwerkingsschool

openbaar en bijzonder onderwijs, het zogenaamde 'tertium onderwijs', wordt thans ook

wel de vermelding van het tertium onderwijs in het onderwijsartikel bepleit; zei o.a.

F.W.M, van der Ven: 'Openbaar en Bijzonder Onderwijs samen?', 1974; mr.drs.

W.G.A.M. Vleugelers: 'Juridische beschouwingen over samenwerkingsschool openbaar en

bijzonder onderwijs', 1975, doctoraal scriptie.

62. Aldus een pubücatie van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten: 'Onderwijsuit-

keringen. De regering een aanhoudende zorg', 1977, blz. 7.

63. De interdepartementale werkgroep regeling rijksuitkeringen kleuter- en lager onder-

wijs, de commissie-Londo, heeft vastgesteld, dat tussen openbaar en bijzonder onderwijs

thans wel een nominale, maar geen materiële geUjksteUing bestaat; Bijlagen bij de Hande-

Ungen II 1975-1976, no. 13721 nr. 2.

64. Vgl. Huart, blz. 371.

103

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 115

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's