Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Een blinkend spoor - pagina 36

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een blinkend spoor - pagina 36

Beeld van een eeuw geschiedenis der vereniging voor wetenschappelijk onderwijs op gereformeerde grondslag 1879-1979

4 minuten leestijd

Het gebondenheidsstandpunt

Binding aan grondslag en doelstelling Binding van directeuren en curatoren aan de

grondslag

Achtereenvolgens komen in dit hoofdstuk vier samen-

hangende zaken aan de orde. In de eerste plaats de bin- In de geschiedenis der Vereniging is het gebondenheids-

ding van directeuren der Vereniging en curatoren van de standpunt van verschillende kanten benaderd. Wat de

VU aan de grondslag; dan als tweede en derde die van bestuurders aangaat gaf dat in een eeuw Verenigings-

docenten en studenten aan diezelfde grondslag en in de geschiedenis de minste moeite en we kunnen daarover

vierde plaats, veel omvattender, de binding van allen die kort zijn.

tot de universitaire gemeenschap behoren aan de doel- Art. 12 van de statuten van 1879 bepaalde dat niemand

stelling van de VU. Reeds kwam ter sprake dat de grond- directeur of curator kon zijn zonder ondertekening van

slag was en is geformuleerd in art. 2 der statuten van de een verklaring dat hij het grondslagartikel aanvaardde en

Vereniging (dat nummer 2 is, zoals reeds werd opge- daarnaar zou handelen. Behoudens kleine wijzigingen in

merkt, niet altijd hetzelfde gebleven, maar gemakshalve bewoording en spelling bleef deze bepaling bij alle statu-

blijven we spreken van art. 2). Voor een goed begrijpen tenwijzigingen gehandhaafd tot (en met) de voorlaatste

van deze ingewikkelde zaak moet men zich, eer wij de van 1965 toe. Maar die onveranderlijkheid in de statuten

historische stof hiervoor aandragen, twee dingen goed misleidt, want op voorstel van prof F. L. Rutgers werd in

reahseren. 1901 besloten de VU nauwer aan de Gereformeerde ker-

In de eerste plaats dit, dat het bij de eerste drie groepen — ken in Nederland te binden. Zijn suggestie dat in de

bestuur, professoren en studenten — die afzonderlijk be- statuten vast te leggen werd weliswaar niet gevolgd, maar

handeld worden, gaat om de binding aan de statuten der langs andere weg werd die band toch gelegd. In het huis-

Vereniging, terwijl het bij het vierde punt gaat over allen, houdelijk reglement, dat in 1903 van kracht werd, bepaal-

die tot de universitaire gemeenschap behoren, ongeacht de art. 12 dat directeuren lid moesten zijn van één der

hun functie, en dat deze binding niet ontleend is aan de Gereformeerde kerken in Nederland; en in art. 6 van de

statuten der Vereniging, maar aan wat heten de Regelen instructie voor het bestuur werd hetzelfde bepaald voor

der Vrije Universiteit (waar deze doelstelling te vinden is curatoren.

in art. I, 3). Daartegen is verzet gerezen, ook binnen kerkelijk-ge-

In de tweede plaats bedienden we ons in alle vier gevallen reformeerde kring. In een concept-schrijven van het lo-

van het woord binding, dat we aan het slot van het voor- caal comité van Amsterdam werd aan directeuren ge-

gaande hoofdstuk afzwakten tot de term „een zekere vraagd beide bepalingen te laten vervallen.

binding". Het is nl. zo, dat ten aanzien van bestuurders In dezen tijd echter moeten, naar het oordeel van het

en professoren het woord binding de gebruikelijke bete- Locaal Comité, alle beletselen uit den weg worden ge-

kenis heeft van „door een voorschrift gebonden zijn", dat ruimd, die de tot standkoming van de zoo vurig gewensch-

daarentegen wat de studenten betreft van het begin van te eenheid van alle ware Gereformeerde belijders zouden

de VU af deze binding niet duidelijk gereglementeerd is kunnen tegenhouden. Men is op dit punt zoo uitermate

en dat bij de doelstelling van een gereglementeerde bin- gevoelig, dat al wat maar onnoodig zou kunnen prikkelen

ding in strikte zin geen sprake is, maar van een dient te worden vermeden.

wordt verwacht dat zij (allen) naar hun vermogen in de Na de oorlog heeft de ledenvergadering van 1948 beide

geest van de doelstelling te werk gaan, bepalingen geschrapt.

een soort morele binding dus, waarvan in bijzondere In de statuten van 1975 is het artikel over ondertekening

gevallen door het bestuur der Vereniging ontheffing kan van de grondslag verdwenen, wat niet betekent dat voor

worden verleend, waarover later. de bestuurders het gebondenheidsstandpunt werd prijs-

gegeven. Er blijft wel degelijk een binding, maar na de

wijziging van art. 2 in 1971 kan dat uiteraard niet uitslui-

tend aan de gereformeerde beginselen zijn. Men zou de

binding in de statuten van 1975 indirect kunnen noemen:

Art. 6 eist dat de bestuurders van de Vereniging (direc-

32

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1979

Publicaties VU-geschiedenis | 200 Pagina's

Een blinkend spoor - pagina 36

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1979

Publicaties VU-geschiedenis | 200 Pagina's