Een blinkend spoor - pagina 94
Beeld van een eeuw geschiedenis der vereniging voor wetenschappelijk onderwijs op gereformeerde grondslag 1879-1979
de contributie door het wegvallen van slechts een klein actie voor het Uitbreidingsfonds nog meer dan de ge-
aantal leden sterk daalde. In 1912 is het aantal leden vraagde f400.000.- opbracht, werd de poging om de con-
gedaald tot 383 en terwijl er in de beginjaren leden zijn tributies met f 60.000.- op te voeren een mislukking. Inde
geweest wier jaarlijkse bijdrage een getal van vier cijfers jaren dertig durfden de mensen blijkbaar in die tijd van
vormde, zijn er in 1905 nog maar 26 leden die per jaar malaise geen nieuwe permanente lasten op zich te ne-
meer dan f25.- bijdroegen. Het jaarverslag van 1911 men; de contributieopbrengst, die in 1930 f 111.911.- be-
klaagt dan ook dat de Vereniging sinds 1879 gaandeweg droeg kon — en dat was in deze crisisjaren al iets om
haar rijke leden is kwijtgeraakt. dankbaar voor te zijn — zich handhaven en een lichte
Na 1930 — en dat is de tweede reden waarom het niet stijging te zien geven. In 1936 ontving men f 117.118.-,
mogelijk is een duidelijk verloop van de gemiddelde con- zodat van de gewenste toeneming slechts 10% werd ver-
tributie in een eeuw op bevredigende wijze weer te geven wezenlijkt. Met dat al zijn het toch de contributies ge-
— zijn er een aantal factoren die het beeld vertroebelen. weest die stichting, uitbreiding en voortbestaan van de
We noemen daarvan de grote economische crisis van de universiteit hebben mogelijk gemaakt.
jaren dertig, de verwarring van de oorlog daarna, de
enorme groei van de VU sinds ongeveer 1965, de grote
subsidies en de geldontwaarding. De laatste factor ver- De collecten (1.2)
klaart deels waarom b.v. de gemiddelde contributie, die
in 1920 f2,70 was, in 1959 bijna het dubbele is: 6766 Als tweede bron van inkomsten werden de collecten ge-
leden plus 9441 donateurs plus 91968 begunstigers, sa- noemd, die vooral in de eerste periode zeer belangrijk
men 108175 contribuerenden brachten f532.712,83 bij- zijn geweest. Ook nog in onze tijd, waarin zoveel zakelijk
een, dat is een gemiddelde contributie van bijna f5.-. geregeld wordt met de gemakkelijke acceptgirokaarten, is
Prof. van der Zouwen heeft zich de moeite getroost de de collecte toch nog een welkome aanvulling gebleven,
invloed van de geldontwaarding op de contributies en het een manier van geven waaraan de spontaneïteit een bij-
gemiddelde daarvan voor de periode van 1880 tot 1966 te zondere bekoring kan verlenen. In de beginperiode sprak
berekenen. Hij trekt onder meer de conclusie: dat door de kleinheid der Vereniging en het eerste
De indrukwekkende stijging van de contributieopbreng- enthousiasme het sterkst. Als b.v. in 1885 prof. de Hartog
sten na de oorlog wordt vrijwel geheel gereduceerd'^ door klaagt dat het studiefonds (ten behoeve van onbemiddel-
de geldontwaarding. de studenten) geld tekort komt, vertelt het jaarverslag:
. . . uit de vergadering gingen stemmen op lot het houden
eener collecte; de Voorzitter, die immers de orde bewaren
moest, zette een bedenkelijk gezicht, doch het baatte niet;
Pogingen contribuanten te winnen
vlug gingen hoeden rond en in enkele oogenblikken was
Van de oprichting der Vereniging af is er gewerkt om f563 ingezameld; terwijl reeds den avond te voren f400
overal in het land en ook daarbuiten contributies als was gecollecteerd.
noodzakelijke vaste inkomsten te verkrijgen en later ook Op het kleine eindbedrag van de jaarrekeningen uit die
te doen verhogen. De Commissie tot vermeerdering van beginperiode waren de collecten, zoals uit het hiervóór
de inkomsten van de Vereeniging van 1879 en soortgelijke gegeven vergelijkend overzicht van de jaarrekeningen
latere commissies kwamen in het vorige hoofdstuk al ter van 1885 en 1975 valt af te lezen, van vrij grote betekenis,
sprake, evenals het werk dat particuliere personen als b.v. in grootte de tweede post van inkomsten der Vereniging.
A. Kuyper en prof. Coops daarvoor gedaan hebben. Het ligt voor de hand dat later bij de enorme stijging van
Naast dat gestadige werk voor de contributies zijn er van het eindbedrag die betekenis sterk verminderde, procen-
tijd tot tijd meer incidentele acties geweest. Een enkele tueel nagenoeg in dezelfde mate als het aandeel van de
maal zijn die mislukt. Zo toen in 1930 de faculteit der contributies afnam.
wis- en natuurkunde moest worden ingesteld. Terwijl de De collecten kwamen voor het grootste deel via de kerken
binnen. Kerken konden lid der Vereniging zijn en kon-
1 tot het vroegere peil teruggebracht. den bij een jaarlijkse contributie van f25.- of meer een
90
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1979
Publicaties VU-geschiedenis | 200 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1979
Publicaties VU-geschiedenis | 200 Pagina's