Een blinkend spoor - pagina 118
Beeld van een eeuw geschiedenis der vereniging voor wetenschappelijk onderwijs op gereformeerde grondslag 1879-1979
in de ontwikkelingslanden aanduiden. Als men niet ge- welk bedrag geleidelijk opliep en soms boven een ton per
heel ten onrechte in de genoemde uitingen van verbon- jaar uitkwam.
denheid van Calvinisten over heel de wereld symptomen Ook hier geldt weer dat het onhistorisch is deze ontwik-
ziet van een voorbijgegaan tijdperk, moet men wel be- keling in de laatste jaren te laten beginnen: Al in 1930
denken dat mettertijd het streven naar ontwikkelings- telde de VU tien buitenlandse studenten en van de 25
samenwerking van moderner tijden, hoe vreemd dat voor promoties in 1954/55 betrof het in niet minder dan 13
de hedendaagse mens ook schijnen mag, onder een soort- gevallen buitenlanders. Het aantal neemt snel toe. In
gelijk oordeel kan vallen. 1966 studeerden er 227 buitenlanders aan de VU en in de
In de geschiedenis van het verwezenlijken van de mondi- cursus 1974/75 waren alle werelddelen in de studenten-
ale pretentie van de VU zou men twee fasen kunnen bevolking vertegenwoordigd en wat Europa aangaat niet
onderscheiden, die omstreeks 1960 zeer geleidelijk in minder dan 19 nationaliteiten, benevens enkele statenlo-
prioriteit wisselen. Grof geschematiseerd zou men kun- ze studenten.
nen zeggen dat tot de laatste wereldoorlog min of meer Wel kan geconstateerd worden dat in de jaren zestig de
abstracte waarden als stamverwantschap. Calvinisme en Vereniging zich de mondiale taak van de VU in al z'n
zending bepalend zijn geweest voor het mondiale streven breedheid beter bewust is geworden, waartoe het in dit
van Vereniging en VU; na ± I960 werden dat veel meer hoofdstuk al genoemde rapport-Meynen een zeer be-
waarden als medemenselijkheid, rechten van de mens, langrijke bijdrage heeft geleverd. Paragraaf V van dit
strijd tegen ongelijkheid en discriminatie, die men vooral rapport van de Commissie ter bestudering van de situatie
in concrete vormen in heel de wereld gestalte wilde ge- van het christelijk onderwijs, uitgebracht in 1963, stelt
ven. Als exempel van overgang van de eerste fase in de onder de titel „De Vrije Universiteit in wereldverband"
tweede kan dienen de reactie op de hongaarse opstand dit probleem helder aan de orde en het gaf de stoot tot
van 1956. Het gaat dan niet meer in de eerste plaats om een meer doordachte en systematische aanpak van de
hulp aan hongaarse studenten als Calvinisten, maar om taak die de VU in de wereld heeft.
mensen die geholpen moeten worden als ontrechte men-
sen. Het is dan ook geen speciale calvinistische VU-aan-
gelegenheid meer: Het Universitair Asyl Fonds werkt op De fasering mede bepaald door de leeftocht
veel groter schaal, al wordt daarbij het specifieke van
iedere deelnemende universiteit in waarde gelaten. Zo Het is minder vreemd dan het misschien lijkt wanneer we
inde het Comité Vrije Universiteit van dit fonds gelijk hier, bij deze ideële materie, even een verbinding leggen
met de contributie van de leden van het studentencorps met het vorige hoofdstuk, dat over het ordinaire geld
der VU een bijdrage die het mogelijk maakte één hon- handelt. Ook hier is van kracht dat zo'n tegenstelling vals
gaarse student in ons land te onderhouden en ook op is. Want dit zich inzetten voor de verre naaste is niet
andere wijze kwamen uit de kring van de VU gelden alleen gevolg van verandering in mentaliteit, maar ook
binnen, zodat een Fonds voor hongaarse studenten aan van wijziging van structuren. Want als van 1948 af de
de VU er ook vier voor z'n rekening kon nemen. rijksbijdragen beginnen te vloeien kan de Vereniging aan
Intussen waren los van incidentele hulpacties de interna- haar brede opdracht niet alleen meer aandacht, maar ook
tionale contacten van Vereniging en VU georganiseerd, meer geld gaan besteden. Aanvankelijk nog maar weinig
in 1950 als de Commissie internationale contacten van de om de taken dicht bij huis niet te verwaarlozen, maar als
civitasraad, later onder namen als Commissie buiten- de 100%-subsidie in zicht komt kan die bredere opdracht
landse betrekkingen (1966) en Commissie internationale aandacht en geld krijgen. Duidelijk blijkt dit verband uit
samenwerking (1974). Desenaat, uitgaande van de ietwat een brief van de commissie buitenlandse betrekkingen
naïeve vraagstelling aan directeuren van november 1967, toen er goede hoop
of onze universiteit niet ook iets behoort te doen bestond dat de subsidie van 98'/2% op 100% zou komen:
startte in 1960 met een Commissie ontwikkelingsgebie- Het is een oud ideaal dat de Vrije Universiteit niet alleen
den. In 1968 stelde de Vereniging jaarlijks f5.000.- aan maar iets zou betekenen voor het Nederlandse volk en
beurzen voor buitenlandse studenten ter beschikking. voor het protestantse volksdeel van Nederland, maar voor
114
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1979
Publicaties VU-geschiedenis | 200 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1979
Publicaties VU-geschiedenis | 200 Pagina's