Wetenschap en rekenschap - pagina 458
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
G. KUIPER HZN
mermeer als kolonisatiegebied",'^'^ een boek dat men nog steeds geboeid kan lezen,
maar waarin het sociaal darwinisme duidelijk herkenbaar is. Ter Veen beschrijft,
historisch goed gedocumenteerd, hoe de regering bij wet van 22 maart 1839 tot de
droogmaking van het Haarlemmermeer besloot. In 1848 werd daadwerkelijk
begonnen en in 1852 was het land droog. Het motief was niet landaanwinning,
maar het feit dat nu eens Amsterdam (tot de Overtoom) bedreigd werd door het
water, dan weer was het Leiden. De zinsnede „Nederland is groot geworden door
zijn strijd tegen het water" bleek niet op te gaan: er was groot gekrakeel rondom
het project door allerlei groepen met tegengestelde belangen. Wel kwam het
motief van de drooglegging duidelijk naar voren: de bestuurlijke indeling (ge-
meente en provincie) heeft jaren geduurd en ondertussen ontstond een grote
jungle en de grond was „zoo drassig dat de 12 man hulp-maréchaussée, die tot het
bewaren der orde ter beschikking van de Commissie (van toezicht G.K.) gesteld
waren, het vaak niet verder brachten dan den Ringdijk, wijl zij anders met hun
paarden in het slik zouden blijven steken."" Kortom Ter Veen schetst een gru-
welijke omgeving voor de latere kolonisten. Het waterpeil was niet geregeld, er
waren behalve de Hoofd- en Kruisvaart geen sloten en tochten klaar, geen huizen,
überhaupt geen voorzieningen om immigranten op te vangen. En zo begint de
strijd die leidt tot de survival of the fittest. Ziekten, kindersterfte (die was er
Russisch, schrijft Ter Veen), onvoldoende kapitaal om de vestigingsperiode goed
door te komen. Hij illustreert dat met bevolkingscijfers, waarvan Hofstee later
onomstotelijk aantoonde dat ze niets bewezen.^"
Hoe kwam Ter Veen aan dit onderwerp? Wel, in die tijd was er uitvoerige discussie
over de drooglegging van de Zuiderzee en Ter Veen wilde weleens weten hoe het
daarbij toeging. Daartoe nam hij de grootste van de toen recente droogmakerijen
onder de loep. Het zo uitvoerig ingaan in dit stuk op één boek lijkt wat uit de toon
te vallen, maar het heeft een doel. Er was namelijk een nauwe relatie tussen deze
studie en de drooglegging van de Zuiderzee. Zijn nauwe betrokkenheid bij het
werk van de Commissie-Vissering die het grote werk moest voorbereiden was zeer
gediend met Ter Veens studie over de Haarlemmermeer. Ter Veen had van de
drooglegging van het Haarlemmermeer geleerd dat de staat niet alleen het grote
technische werk moest doen, maar ook moest zorgen voor de waterstaatkundige
voorzieningen, het graven van sloten en tochten, het bouwen van landbouwschu-
ren en boerderijen, criteria van bekwaamheid en kapitaalkrachtigheid moest
vaststellen en aanleggen bij de toelating van immigranten uit het „oude land"
opdat allen redelijk gelijke kansen hadden omdat ze een gelijke start konden
maken. Hij meende derhalve dat daarvoor sociaal (sociografisch) onderzoek nodig
was. Daarvoor schiep hij ook de voorwaarden, waarover verderop meer.
In 1927 reeds werd hij benoemd tot lector in de landbeschrijving en de sociale en
economische aardrijkskunde, welk ambt hij aanvaardde met een openbare les over
„Van anthropogeografie tot sociografie". Daarin rekende hij af met de antropo-
geo'grafie die de relatie tussen mens en bodem wilde bestuderen, door te stellen dat
niet die relatie, maar de menselijke groep centraal moest staan en dat alle daarbij
452
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's