Wetenschap en rekenschap - pagina 194
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
H L LANGEVOORT
Genesis 1 wel naief-realistisch moest worden opgevat Niettemin ging hij uit van
de zekerheid, dat er een ratio was voor alles Deze ene grond, waaruit alles is, is
God, de Schepper van hemel en aarde, en in de schepping kan de mens uitsluitend
het werk van de Meester herkennen *
Ook in de universitaire gemeenschap liet hij zich met onbetuigd „De vakken aan
hem toevertrouwd, leenden zich in bijzondere mate tot een dieper ingaan op de
kwesties, die met de levensbeschouwing in verband staan en in de kring der
hoogleraren laat hij een leegte achter nu wij zijn frisse en pittige opmerkingen
moeten missen en onze theologen met meer bestookt worden door allerlei vragen,
die voor hem als bioloog om oplossing vroegen, wilde hij geloof en wetenschap in
harmonie brengen", aldus Bouman in zijn rectorale rede van 1925, toen Buyten-
dijk de Vrije Universiteit verliet
Een filosofisch trachten te doorgronden van biologische problemen, kenmerkend
voor veel van de latere geschriften van Buytendijk, wordt reeds aangetroffen in
zijn openbare les, gehouden op 12 december 1914, getiteld De energetische be-
schouwing der levensveischijncelen'* Aan het einde van deze rede zegt hij goede
moed te hebben voor het aanvangen van zijn taak, nl „uit de feiten op te klimmen
tot de theorie en uit de verschijnselen te trachten het wezen der dingen te leren
kennen En dat bij deze geestelijke werkzaamheid onze persoonlijke natuur zich
niet verloochent, en vooral bepaalde grondslagen voor een ieder bewust of onbe-
wust vaststaan, behoeft wel geen betoog Maar evenzeker is het, dat wie van de
wetenschap meer verwacht dan een verzamelen van symbolen, die de ons omge-
vende werkelijkheid ons opdringt, uit moet gaan van het geloof, dat deze buiten-
wereld bestaat en kenbaar is dat de dingen werkelijk en onze denkbeelden waar
zijn Zo IS er ook geen wijsbegeerte der natuur mogelijk, indien men niet stilzwij-
gend bouwt op de grondslag van het Christelijk geloof, dat de wereld door wijsheid
is gegrond en in haar geheel, en in al haar delen wijsheid openbaart "
In zijn inaugurele rede,' waarmee hij in 1919 het ambt van hoogleraar in de
algemene fysiologie aanvaardde, komt deze wijsgerige benadering nog sterker tot
uiting Onder de titel Oude problemen in de moderne biologie, behandelt hij vragen
als mechanisme of vitalisme, de betekenis van het psychische in de levende
natuur, evolutie of creatie, de doelmatige samenhang van levende en dode natuur
In deze rede wijst hij ondermeer op de brede kloof, die bestaat tussen de recente
biologie, waarin afstamming en ontwikkeling centraal staan en de fysiologie van
de geneeskundige scholen, waarin de innerlijke gang der processen nagespeurd
wordt Buytendijk wijt dit verschil aan het feit „dat de bioloog in engere zin zich
met de organismen in hun geheel bezig houdt, de fysioloog echter morfologische
of functionele delen van het volgroeide, meercellige organisme, als objecten van
onderzoek kiest Daaruit komt ook tweeërlei standpunt tegenover het genoemde
probleem voort Wie begint dat levende object in delen te verdelen, heeft reeds k
priori de mening aanvaard, dat hij het object van zijn onderzoek als deelbaar, dus
als materie opvat De delen, die men alzo aan nauwgezet onderzoek kan onder-
werpen, geven ons verschijnselen te zien van chemische en fysische aard in on-
190
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's