Een vrije universiteitsbibliotheek - pagina 340
Studies over verleden, bezit en heden van de bibliotheek der Vrije Universiteit
is vroom, leest de Bijbel enz. De zoon van A heeft geen overhartstochtelijke
natuur, leest weinig romans, want A is kleinsteedsch dus alleen geabon-
neerd op 't leeskabinet. A heeft een nichtje dat er niet onaardig uitziet, dat
dweept met Ds vrouws positie. Op dat nichtje is A's zoon verliefd tot over
de ooren zooals alleen een lummel van 16 jaar kan zijn. A Jr doet admis-
sieexamen en komt in Utrecht en loopt groen. Wat studeer jij A Jr? vraagt
student E. Theologie meneer! waarom? omdat ik dat zoo mooi vind me-
neer! en als hij bij de hand is reciteert A Jr de Genestet's „een kerkje onder
Lindeboomen,!-* enz."— Huichelt A Jr? Volstrekt niet! maar hij heeft een-
voudig er nog nooit over nagedacht wat het zegt leider hoeder der schapen
des Heeren te zijn. Hij dacht aan de vrije pastorie en aan zijn lieve nichtje
en het mooie van door de boeren Ds genoemd te worden, en de godsdienst
was zoo mooi, kranken bezoeken en met de begrafenis meegaan, enz.
Maak het zelf maar af Als student gaan hem de oogen halfopen, maar hij
heeft nog al geld verteerd in 't eerst en is nu haast klaar, en hij voelt zich
aangedaan en berouwvol over enkele escapade's en meent dat hij bekeerd
is, en hij en 't nichtje zijn geëngageerd en hij is over eenjaar klaar en eigen
baas, en ze zeggen dat hij een goed talent heeft. Hij wordt Ds en preekt en
zijn collega's en de boeren zeggen dat hij mooi bidden kan, en om strijd
zetten ze hem op 't paardje en — hij wordt een pedante wauwelende witdas,
kiest partij ethisch of griffermeert, doet er niet toe, haalt een paar phrasen
van Kuyper of Chantepie aan en — welnu Lijs noemt gij dat een leeraar van
God gezonden? Ik mag niet oordeelen, dat weet ik wel, maar ik weet dat er
zoo zijn en dat niemand ze helpt om eerlijk de toga neer te leggen die hun te
zwaar is" (25-12-81). Hier zit ook wel een stukje afrekening met eigen
verleden in verwerkt!
De brieven van Elisabeth lenen zich minder voor korte citaten. Men
moet ze in hun geheel lezen om de sfeer waarin ze leefde, te proeven. Ze
moest in verloren uurtjes schrijven, herhaaldelijk onderbroken voor be-
zoek of huishoudelijke bezigheden. Tijd om haar brieven voor verzending
over te lezen had ze soms niet. Dikwijls had ze „lust alles te verscheuren...
maar weet ge, ik heb geen tijd voor een anderen brief dus ge moet het maar
voor lief aannemen. . . " (17-2-81).
Raadselachtig blijft voor ons waar de wederzijdse betiteling als Bruid en
Bruidegom vandaan komt." Want van een geheime verloving is geen
sprake. „. . . in naam wel uwe bruid maar in de daad uwe moederlijke
vriendin" noemt Elisabeth zichzelf (4-10-80). En Julius schrijft: „Of ik
verliefd op je ben? zoo'n beetje wel, maar—ja Lijs hoor eens. — Denk je dat
ge met vuur speelt? Schei er dan uit. Mij doen je brieven goed" (vier keer
onderstreept) „maar zijt ge van gevoelen dat onze verhouding wat erg
buiten de gewone omstandigheden i s , . . . voelt ge dat er iets aan hapert, dat
ge liever niet meer schrijft, in Gods naam schrijf niet meer" (15-10-81).
De moeilijkste periode voor Julius was die, toen hij zich juist op zijn post
had gevestigd en alles tegelijk op hem afkwam: de nieuwe verantwoorde-
324
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's