Wetenschap en rekenschap - pagina 375
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
DE VRIJE UNIVERSITEIT EN DE G E S C H I E D W E T E N S C H A P P E N
van Standaard-redacteur J. Postmus, „hybridisch mengsel van vertelling, plaats-
beschrijving, citaten, vertoog en Calvinistische propaganda"."' Ze wordt gevoed
met leidraden van de Nederlandsche Bond van Jongelingsvereenigingen op
Gereformeerden Grondslag, voor vaderlandse geschiedenis, geschiedenis van het
calvinisme in Nederland (twee deeltjes geselecteerde onderwerpen) en anti-revo-
lutionaire beginselen." Maar wat zou wetenschap haar kunnen leren, als ze al het
nodige reeds wist? Zulk enthousiasme voor de geschiedenis staat lijnrecht
tegenover de school van Fruin. Het zoekt niet de volle breedte van de cultuur,
maar wil alleen de kracht demonstreren van het calvinistisch beginsel. Het wil
geen als liberaal afgedane onpartijdigheid, maar gereformeerd engagement, al zou
het zich uit legenden moeten voeden. Het heeft geen behoefte aan ontsluiting van
nieuwe bronnen, die de droge tabellen en kronieken maar zouden vermeerderen,
want het kan in de bestaande bronnen al zijn zekerheden reeds vinden. Kuypers
volgelingen zijn tekort geschoten in werkelijke eerbied voor het verleden. Zij
hebben zich liever verlustigd in onhistorische bewondering van een door begin-
seltrouw geheiligd verleden, dat niet aan de toets van wetenschappelijke kritiek
werd onderworpen.
Abraham Kuyper is daaraan niet onschuldig. Maar Kuyper heeft ook een uni-
versiteit opgericht. Beantwoordt die aan haar doel, dan zal ze wetenschap willen
beoefenen. Ze zal wensen eigen onderzoek te verrichten, en dat van anderen te
stimuleren. Is ze onvolledig, zoals de Vrije Universiteit in 1880 nog in hoge mate
was, dan zal ze aanverwante wetenschappen missen, die zouden kunnen aanvullen
wat ze zelf is begonnen. Geschiedenis werd aan de Vrije Universiteit nog niet
gegeven, maar wel kerkgeschiedenis, staatsrecht en klassieke filologie. Zou vanuit
die vakken dan niet de behoefte ontstaan aan ondersteuning van de eigen werk-
zaamheden met wetenschappelijk historisch onderzoek?
Kandidaat-hoogleraren
Er is zelfs al direct gezocht. Kuyper had in 1880 een naam in het hoofd, die van de
Friese predikant dr. L.H. Wagenaar. Hij polste er Fruin over, maar diens mening
bleek niet onverdeeld gunstig. Wagenaar was gepromoveerd over Réveil en Af-
scheiding. Hij had, gaf Fruin toe, zijn boek „met gloed geschreven", maar eigenlijk
was dat juist zijn bezwaar. „Het onderwerp zelf, aan den strijd onzer dagen
ontleend, maakt het ongeschikt om als toetssteen te dienen".'^ Wagenaar was in de
ogen van Fruin te veel partijman en te weinig historicus. Is het toeval, dat Kuyper
juist een kandidaat naar voren schoof die zich vooral profileerde door zijn enga-
gement?
Wagenaar werd niet benoemd, maar wel is er van de aanvang af behoefte geweest
aan onderwijs in de geschiedenis. De eerste series lectionum vermeldt onder de
faculteit der letteren en wijsbegeerte: „D.P.D. Fabius, rogatu Senatus, rerum
publicarum commutationis, quae saeculo superiore exeunte in Gallia facta est.
369
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's