Wetenschap en rekenschap - pagina 538
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
J KLAPWIJK
te komen van het verleden en klaar te komen met de scholastiek. In menig opzicht
is Kuyper in deze strijd vooropgegaan. Woltjer, Geesink en Bavinck zijn gevolgd.
Soms met meer, vaak met minder succes.
Kuyper en de antithese
Abraham Kuyper (1837-1920) doceerde vanaf de oprichting van de V.U. de
theologie, met name de dogmatische vakken, dus niet de wijsbegeerte. Een syste-
matisch uitgewerkte filosofie heeft hij dan ook nimmer opgebouwd. Wel leverde
hij filosofische bouwstenen, van allerlei formaat en kwaliteit, die nadien door
professionele filosofen zouden worden ter hand genomen en onze aandacht dus
zeker waard zijn. Vanwege de onuitgewerkte vorm zal ik echter bij voorkeur niet
spreken van Kuypers kosmologie, antropologie, wetenschapsfilosofie en derge-
lijke, slechts van zijn wereldbeschouwing, mensbeschouwing, wetenschapsbe-
schouwing en wat dies meer zij. Uitgangspunt van zijn filosofische concepten was
ondertussen de leer van de antithese.
Met deze antithese-leer doelde Kuyper, althans in eerste instantie, op de radicale
tegenstelling die zich in deze wereld doet gelden tussen twee rijken, het rijk van
God en het rijk van de Boze. Voor deze leer greep hij terug op Augustinus, die in
zijn De Civitate Dei heel de wereldgeschiedenis geschetst had als een strijd tussen
„de staat Gods" en „de aardse staat". Uiteindelijk ging Kuyper terug op de
bijbelse openbaring omtrent de „vijandschap" die God na de zondeval van het
eerste mensenpaar geproclameerd had tussen het zaad van de vrouw en dat van de
slang, waarbij aan het eerste strijd èn overwinning werd toegezegd (Gen. 3:15).^
Deze antithese is voor ons hierom van belang, dat Kuyper haar zag als een
alomvattend geding tussen God en Satan, waarbij niet alleen de mensheid in heel
haar ontwikkeling maar ook de enkele mens in al zijn doen en laten betrokken is.
De antithese vestigt zich onder de mensen in tegengestelde religieuze levenshou-
dingen, in geloof en ongeloof en werkt van hieruit tevens door in de brede
samenhangen van kuituur, wetenschap èn wijsbegeerte.
Om deze reden bracht Kuyper de antithese-leer in het geweer tegen de scholas-
tieke filosofie. In de menselijke natuur zelf wordt sedert de zondeval een reli-
gieuze tweespalt openbaar. Dus verwerpt Kuyper de scholastieke opvatting, als
zou de redelijk-zedelijke natuur van de mens in weerwil van de zonde min of meer
in tact gebleven zijn en een universeel aanknopingspunt bieden voor haar boven-
natuurlijke verheffing en gelovige vervolmaking. Er is geen algemene redelijkheid.
Dus is er ook geen synthese mogelijk tussen rede en geloof Heel de tegenstelling
tussen rede en geloof berust op schijn. Het conflict tussen wetenschap en geloof is
een schijnconfiict, haar verzoening een schijnoplossing.
Er bestaat geen conflict tussen geloof en wetenschap, dat overbrugd zou moeten
worden. Er bestaat slechts een conflict tussen tweeërlei geloofsovertuiging, die
leidt tot „tweeërlei wetenschap" (EG II 102 sqq). Enerzijds is er de wetenschap
532
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's