Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Gesprekken over honderd jaar Vrije Universiteit - pagina 205

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gesprekken over honderd jaar Vrije Universiteit - pagina 205

2 minuten leestijd

mBtmm

harmonie tussen school en huis handhaven? Het is name-

Hjk een vorm van bescherming — dat is iets goeds — én een

vorm van het voorkomen van voortijdige verwarring.

Maar er is een gevaarhjke tegenkant: het is óók een vorm

van gettovorming, en, geloof ik, ook van hoogmoed: het

„uitverkoren volk Gods" tegenover de paganisten. Dat

kan ook op kinderen besmettelijk werken. Ik vind in deze

samenhang de tussenjaren van elf, twaalf jaar af al een

probleem, en ten aanzien van wat we nu noemen het

wetenschappelijk, het hoger onderwijs, acht ik persoon-

lijk confessioneel onderwijs ongewenst, in beginsel verwer-

pelijk.

Tegen die achtergrond begrijpt u evenwel dat er geen

sprake van was — omdat er geen breuk, geen trauma

was — dat ik ooit smalend over het beginsel van confes-

sioneel onderwijs voor jonge kinderen zou kunnen spre-

ken!

Op mijn Christelijk Gymnasium waren twee classici, die

veel invloed op mijn vorming hebben gehad, in de eerste

plaats dr. C R . van Paassen, die onlangs hoogbejaard is

overleden. Hij was de zoon van een hervormde predikant,

had aan de Gemeentelijke Universiteit in Amsterdam

gestudeerd en stond naar mijn indruk toen al zéér los van

de kerk. De ander, alumnus van de V.U., was dr. J. Fern-

hout, die later rector werd van het Christelijk Lyceum te

Zwolle. Hij is gepromoveerd bij de jonge Woltjer, maar

een echte protagonist van de V.U. was ook hij niet.

Toen ik in 1919 eindexamen had gedaan in Zeist, is

studeren aan de V.U. geen ogenblik overwogen. Dat lag bij

mij thuis volstrekt buiten het gezichtsveld, en zo ben ik in

Utrecht gaan studeren. Dat was in 1920; na mijn eindexa-

men ben ik een jaar in Londen geweest.

Ik had eigenlijk geschiedenis willen studeren, maar het

nieuwe academisch statuut dat voor het eerst een afzonder-

lijke studie geschiedenis regelde, was nog niet vastgesteld.

Zo koos ik de klassieke talen, waarbij een van mijn

leermeesters H. Bolkestein was, bij wie ik in 1929 ben

gepromoveerd op een semantisch-godsdiensthistorisch

onderwerp.

In mijn studententijd deed zich de kwestie-Assen voor, ja,

Geelkerken. Dat vond ik een volstrekt lachwekkende

vertoning, iets dat je niet serieus kon nemen, en het

versterkte bij mij het besef: ,,de V.U. is gereformeerd, en de

gereformeerden, dat is de V.U.". In die jaren ontstond bij

mij daardoor voor het eerst een duidelijk negatief beeld

van de V.U."

201

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

Publicaties VU-geschiedenis | 332 Pagina's

Gesprekken over honderd jaar Vrije Universiteit - pagina 205

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

Publicaties VU-geschiedenis | 332 Pagina's