Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Wetenschap en rekenschap - pagina 460

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wetenschap en rekenschap - pagina 460

Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980

3 minuten leestijd

G KUIPER HZN

Doorn, maar na de oorlog begonnen twee verschijnselen op te vallen: veel minder

studies verschenen er met een topografische basis, veel vaker waren het studies

over facetten van het sociale leven, of processen e.d., b.v. over rampen zoals de

hongertochten aan het eind van de oorlog of de overstromingsramp van 1953,

studies over stratificatie en mobiliteit, over beroepsgroepen: middenstanders,

ambtenaren, over kerk en godsdienst, over het gezin, het kleine boerenvraagstuk,

over de landarbeiders, over de ongeschoolde arbeiders enz. Het tweede ver-

schijnsel was dat deze studies plaatsvonden in het kader van de sociologie: men

begreep dat het zonder theorie niet ging. Dat werd toen ook het einde van de

sociografie. In een artikel gingen Van Doorn en Lammers na wat de eigenlijke

waarde en betekenis van de sociografie waren. Zij kwamen tot de conclusie dat

sociografie als empirisch onderzoek een plichtmatige schabloneachtige beschrij-

ving van feiten werd als zij niet stevig stoelde op de begrippen en de denkkaders

van de sociologie en als het onderzoek niet voortvloeide uit een doordachte

sociologische probleemstelling. Verder hierover doordenkend bleek dat de studies

die zo waren uitgevoerd konden worden aangeduid met de term sociologisch

onderzoek en dat er derhalve ook aan het woord sociografie geen enkele behoefte

meer was, ja, dat het gebruik ervan zelfs verwarring kon scheppen door de herin-

nering die het opriep aan de oude stads- en dorpsbeschrijvingen. Van Doorn en

Lammers zagen terecht niets meer in het begrip sociografie; daarin is Steinmetz in

feite alleen blijven staan, want hoewel Steinmetz' „streven weerklank vond niet

alleen in Nederland, maar ook in Duitsland en wel bij figuren als Von Wiese,

Freyer, Geiger, Heberle en Tönnies, ook daar bestond de bereidheid om naast de

speculatief-wijsgerige sociologie een speciale empirische sociologie te accepteren.

Echter, met als een afzonderijke wetenschap naast de sociologie, maar als een tak

daarvan. Het blijkt dan ook dat Steinmetz in zijn opvatting van een afzonderlijke

sociografische wetenschap nagenoeg alleen stond: Tönnies sprak van een speciale

of toegepaste sociologie, Von Wiese van een vorm van sociaal onderzoek, Heberle

zag de sociografie als empirische sociologie, Geiger als dat deel van de sociologie

dat exact beschrijvend is"."

Samenvattend en oordelend willen wij de volgende opmerkingen maken. Stein-

metz met zijn „de feiten, niets dan de feiten" en zijn afkeer van het speculatieve

gefilosofeer heeft de weg gewezen naar wat hij sociografie noemde en door zijn

persoonlijk charisma heeft hij velen die weg doen opgaan. Déze weg heeft hij zelf

niet meegelopen. Op het zogenaamde „sociografisch intermezzo" heeft toch

vooral Ter Veen zijn stempel gezet. Werden voorheen vrijwel alle afgestudeerden

leraar aardrijkskunde, door zijn visie op de toekomst der sociologen/sociografen

en zijn vele relaties met de overheidsinstanties, de kerken, politiek etc. bewerk-

stelligde hij dat steeds meer afgestudeerden andere functies kregen dan die van

leraar. Men moet dat niet onderschatten: het heeft tot resultaat gehad dat Neder-

land het land is met verreweg de grootste dichtheid aan sociologen. Hun aanzien

mag dan niet hoog zijn vergeleken met andere academici, maar altijd nog hoger

dan in het buitenland. En van dat relatief lage aanzien kan Ter Veen niet de schuld

454

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's

Wetenschap en rekenschap - pagina 460

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's