Een vrije universiteitsbibliotheek - pagina 251
Studies over verleden, bezit en heden van de bibliotheek der Vrije Universiteit
4. Leven en werken in Baseldonk omstreeks 1540
Zonder twijfel weerklonken op 10 februari 1517 in de kloosterkerk van
Baseldonk de in de liturgie voor het feest van de H. Wilhelmus voorge-
schreven beurtzangen. Dat jaar konden de Wilhelmieten deze antifonen
voordragen uit een groot nieuw muziekhandschrift, dat op 21 november
1516 was gereedgekomen. Dit antifonarium is bewaard gebleven en maakt
nu deel uit van de collectie Wilhelmitica van de Vrije Universiteit. In
dezelfde verzameling bevindt zich nog een tweede antifonarium, uit 1531,
alsmede een tweetal andere liturgische handschriften. Verder zijn er nog
ongeveer twintig gedrukte boeken uit de bibliotheek van het klooster.^^
Wat we hieruit over Baseldonk te weten kunnen komen, wordt aangevuld
door gegevens uit de jaarrekeningen over 1538 tot 1547, die in Huijbergen
bewaard worden (Afb. 3),^^ en door verspreide gegevens in de hteratuur.
Dank zij deze documentatie kunnen we een aantal aspecten van het
kloosterleven van de Bossche Wilhelmieten gedurende de eerste helft van
de zestiende eeuw nader belichten.
Het kloosterleven in de strikte zin van het woord werd uiteraard bepaald
door de liturgische gebruiken en voorschriften. Deze waren bij de Wilhel-
mieten geregeld volgens de constituties van de Cisterciënzers.^^ De beide
orden gebruikten dezelfde liturgische teksten, en ze hadden ook sterk op
elkaar lijkende heiligenkalenders. We vinden overal in de Hteratuur de
opmerking dat de Wilhelmieten bijzonder gesteld waren op een stipte
lezing van de dagelijkse koorgebeden. Deze vaste indeling van de dag kon
alleen doorbroken worden door ziekte of langdurige afwezigheid. In de
tussenliggende tijd moest men het stilzwijgen bewaren, en men kon zich
dan voor de contemplatie in de cellen terugtrekken.
De broeders beloofden bij hun professie voorgoed te zullen volharden in
de eenmaal gekozen levensstaat. Dit leven moest doorgebracht worden in
gehoorzaamheid volgens de Regel van Benedictus. Zonder dwingende
redenen was de overgang naar een ander klooster niet mogelijk (stabilitas
loci)P
De kledingvoorschriften waren nagenoeg gelijk aan die van de Cister-
ciënzers.^^ Sinds ze hun eigen gebruiken hadden moeten opgeven, droegen
de Wilhelmieten een wit habijt met daarover een zwart scapulier, een
mouwloos kleed dat alleen borst en rug bedekte. Buiten het klooster werd
nog een zwarte mantel gedragen. Ook de Bosschenaren zullen de Wilhel-
mieten zo gekend hebben. De betreffende kledingstukken worden in de
jaarrekeningen van Baseldonk vermeld, met inbegrip van kleinere artike-
len, als hemden, broeken, schoeisel en handschoenen.
De Baselaars stonden zoals alle Wilhelmieten buiten Italië onder het
gezag van een prior. De waardigheid van abt strookte niet met de door de
Wilhelmieten nagestreefde geest van eenvoud.^ De prior werd in Basel-
donk geassisteerd door een supprior en een procurator. Het toezicht op de
huishouding werd uitgeoefend door de cellarius. De samenstelling van de
235
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's