Gesprekken over honderd jaar Vrije Universiteit - pagina 152
hand. Wille gaf Nederlandse taal- en letterkunde, Gotisch,
Oud-Noors, algemene taalwetenschap en algemene litera-
tuurwetenschap. Alleen het middelnederlands viel er bui-
ten; dat deed Goslinga. Na de oorlog is eerst de taalkunde
afgesplitst, toen kreeg de algemene taalwetenschap een
aparte leerstoel; de Nederlandse letterkunde is vervolgens
gesplitst en ten slotte is er nog een aparte leerstoel algeme-
ne literatuurwetenschap gekomen.
Ik heb er nooit spijt van gehad dat ik Nederlands ben gaan
studeren. Dat had overigens best gekund, want wat weetje
ervan als je begint, en hoe vaag kunnen de motieven zijn
om een bepaalde studie te kiezen? Naar die motieven heb ik
in verband met dit interview gezocht in mijn herinnering.
Ik had er nooit bij stil gestaan, alleen meer dan eens met
verbazing geconstateerd dat ik al in de eerste klas van het
gymnasium wist dat ik Nederlands wilde studeren. Waar-
om? — heb ik me nu afgevraagd. Het moet een vaag,
musisch verlangen geweest zijn om te weten hoe ,,het
verleden" er uitgezien heeft. En wat er ook veranderd is
— de vaagheid van het verlangen bestaat niet meer — die
twee elementen; musisch en historisch, in hun onderlinge
relatie, bepalen nog altijd méér dan iets anders de aard van
mijn belangstelling. En het besef dat de Nederlandse
letterkunde altijd sterk beïnvloed is door de landen om ons
heen, maakt, hoop ik, mijn oriëntatie niet te beperkt
Nederlands. Daar heb ik althans altijd naar gestreefd.
Er is meer over het vak te zeggen, er zijn allerlei dingen in
die ik met veel belangstelling doe of volg: de theoretische
kant bijvoorbeeld. De algemene literatuurwetenschap
heeft, mede door het onderwijs van mijn leermeester Wille,
me altijd geïnteresseerd, tenminste als de theorie niet te ver
van de praktijk afraakt.
Ja, dat is dan iets over het vak van mijn keuze, waarje naar
vroeg, een vak dat echt wel mijn hart heeft.
De mogelijkheid om wetenschappelijk met het Nederlands
bezig te zijn is natuurlijk het grootst bij een universitaire
baan. Vroeger kon het ook in combinatie met een leraars-
betrekking, maar om welke reden dan ook lukt dat tegen-
woordig vrijwel niet. In dit opzicht had ik het dus niet beter
kunnen treffen, en dat te meer omdat je dan werkt in
contact met vakgenoten."
Wie waren uw leermeesters?
„Ik begin toch maar met mijn vader, mr. A. Schenkeveld,
148
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 332 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 332 Pagina's