Een vrije universiteitsbibliotheek - pagina 56
Studies over verleden, bezit en heden van de bibliotheek der Vrije Universiteit
Door opname van de bibhotheek van Bavinck werd het eerder uitge-
sproken principieel karakter van de V.U.-bibliotheek enig geweld aange-
daan. Dit was minder het geval door de opname van de Rutgers biblio-
theek. De omvang daarvan was ook ongeveer 2000 delen, maar er be-
hoorden bovendien nog evenveel brochures bij. Deze bibliotheek bestond
grotendeels uit kerkgeschiedenis en kerkrecht. Het terrein was dus veel
smaller dan dat van Bavinck, maar de kwaliteit was veel beter. Rutgers
bezat een groot aantal oude drukken waaronder de acta van de vele
particuliere synodes die na de Nationale Synode van Dordrecht in elk der
Verenigde Nederlanden werden gehouden.
8. De laatste jaren van Breen
Toen Breen op 7 maart 1927 na een ziekte van enkele maanden stierf, was
hij 61 jaar oud. De periode waarin het erop leek dat hij zou gaan oogsten
wat hij vele jaren had nagestreefd, werd gehalveerd. Pas in 1922 werd
Breen Gemeentearchivaris van Amsterdam terwijl hij al vanaf 21 februari
1898 adjunct-archivaris was. Rijksarchivaris Fruin vatte zijn werk als ar-
chivaris samen in één zin:
„Breen is te lang adjunct-archivaris, te kort archivaris geweest".^^
Breen had onder zijn voorganger tot taak gekregen het geven van inlich-
tingen, het opbouwen van de bibliotheek over de stad Amsterdam en de
zorg voor de atlas van Amsterdam. Daarnaast was hij vanaf de oprichting
in 1900 bestuurshd van Amstelodamum en verzorgde hij vanaf 1907 het
jaarboek daarvan. De inventarisatie van het Gemeente-archief had minder
zijn aandacht dan de geschiedenis en atlas van Amsterdam. Over de komst
op het archief van mr. W.F.H. Oldewelt, die op 1 maart 1925 door Breen
voor de inventarisatie werd aangetrokken, lezen we:
„De moderne archivistiek van Muller, Feith en Fruin was er maar al te weinig doorge-
drongen; de archivaris dr. J.C. Breen, de enige figuur van wetenschappelijk formaat die
Oldewelt er aantrof was meer historicus dan archivaris en had meer belangstelling voor de
bibliotheek en de topografische atlas dan voor de archieven".^^
Breen was in de eerste plaats een archief-gebruikende historicus, daarna
bibliothecaris en tenslotte archivaris. Hij verrichte belangrijk werk als
schrijver over onze geschiedbeschrijving en op het terrein van de topogra-
fische geschiedenis.*"
Naast zijn volle werkkring op het Gemeente-archief was Breen tevens
Bibliothecaris van de Vrije Universiteit en sinds 1917 Secretaris van het
College van Curatoren. Breen werkte per week drie uur voor de biblio-
theek. Per 1 oktober 1924 werd de éne assistent voor zeven uur per week
vervangen door twee assistenten die samen 15 uur per week werkten. Aan
de bibliotheek werd dus 44 jaar na de opening van de Vrije Universiteit nog
geen halve personeelskracht toegekend.
40
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's