Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Wetenschap en rekenschap - pagina 366

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wetenschap en rekenschap - pagina 366

Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980

2 minuten leestijd

Hoofdstuk XI

DE VRIJE UNIVERSITEIT EN DE

GESCHIEDWETENSCHAPPEN

A. Th. van Deursen

Goslinga en Van Schelven zijn pas in 1918 hoogleraren in de geschiedenis ge-

worden. Terwille van Goslinga's spreekwoordelijke nauwkeurigheid zal ik begin-

nen precies de betekenis van deze zin toe te lichten, en terwille van Van Schelvens

geliefkoosde repeterende stijl, naar zijn voorbeeld de kernwoorden met nadruk

herhalen: pas in 1918!

Ik bedoel niet dat dit tweetal al lang met professoraten bedacht had moeten zijn.

Beide waren toen immers nog beneden de veertig, Goslinga amper driejaar in het

bezit van de doctorstitel. Van Schelven niet als historicus opgeleid. Dat ze niet

eerder benoemd werden is geen miskenning van verdienste. Neen, merkwaardig is

dat de Vrije Universiteit pas in 1918 leerstoelen voor geschiedenis heeft gesticht.

Had de Nederlandse geschiedwetenschap destijds niet veel te betekenen, zodat het

aan kandidaten ontbrak? Leefde in het achterland van de Vrije Universiteit, onder

de gereformeerden, geen belangstelling voor de geschiedenis? Het een zowel als

het ander klinkt bij voorbaat uiterst onwaarschijnlijk. Doch een nadere verken-

ning van de beide terreinen kan ons wellicht toch leren waarom de geschiedenis zo

laat haar intrede heeft gedaan aan de Vrije Universiteit. Wij zullen daarom eerst

de stand opnemen van de Nederlandse geschiedwetenschap omstreeks het begin

van de twintigste eeuw. Vervolgens willen wij nagaan hoe het gesteld was met de

waardering voor het verleden in de kring van Abraham Kuyper en zijn volgelin-

gen.

1. GESCHIEDWETENSCHAP IN NEDERLAND OMSTREEKS 1900

De school van Fniin

In de negentiende eeuw hebben universiteit en historisch wetenschappelijk on-

derzoek elkaar gevonden. Het keerpunt vormde de benoeming van Robert Fruin

tot hoogleraar te Leiden. In vroeger tijden werd in het vak wel onderwijs gegeven,

en er vond ook wel onderzoek plaats, maar de belangrijkste historici stonden

dikwijls buiten de academische wereld. Ook Fruins oudere tijdgenoten hebben

360

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's

Wetenschap en rekenschap - pagina 366

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's