Een vrije universiteitsbibliotheek - pagina 74
Studies over verleden, bezit en heden van de bibliotheek der Vrije Universiteit
auteur meermalen iets te afhankelijk van zijn litteratuur". „De schrijver is
steüig iemand. . . met grote belezenheid, vooral ten opzichte van de
Prot.Chr. publicisten". Wel ontbreken „de niet-Protestantsch-Christelijke
en voornamelijk de Roomsch-Katholieke Paedagogische, en ten dele de
Wijsgeerige, publicisten". Katholieke auteurs ontbreken evenals bijvoor-
beeld „J.M. Gunning Wzn., Kohnstamm, Casimir en Polak".^^
Opvallend is in deze rectorale kritiek telkens het aanwijzen van een
gebrek aan kennis van de literatuur; in het laatste geval vooral een gebrek
aan kennis van de literatuur van de niet-gereformeerde auteurs. Dat is
namelijk de literatuur die aan de Vrije Universiteit vrijwel ontbrak. Een
bibliotheek die werkelijk over een breed terrein en velerlei richting een
uitgebreid bezit heeft, is geen waarborg voor een goed gebruik. Maar een
eenzijdige bibhotheek is wel een beletsel om zich breed te oriënteren.
De Hooger Onderwijswet van 1905 van minister Abraham Kuyper gaf
aan de Vrije Universiteit publieke erkenning van haar examens. Dit civiel
effect was echter voorwaardelijk want na 25 jaar moest een vierde en na 50
jaar een vijfde faculteit gesticht zijn. In 1905 was er bij de Nederlandse
Universiteiten slechts sprake van vijf faculteiten: Godgeleerdheid, Rech-
ten, Letteren en Wijsbegeerte, Wiskunde en Natuurwetenschappen en de
Medicijnen. In 1930 ging de keuze dus tussen de Faculteit voor de na-
tuurwetenschappen en die voor de geneeskunde. Onder leiding van Colijn
werd voor de wiskunde, scheikunde en natuurkunde gekozen, mede als
basis voor de later te vormen Faculteit der geneeskunde. Deze laatste
faculteit moest vóór 1955 tot stand komen.
Nog voor de Tweede Wereldoorlog veranderde in Nederland het inzicht
in de mogelijke faculteiten. Colijn werd er toen een voorstander van om
een Economische faculteit als vijfde faculteit aan de Vrije Universiteit te
stichten. Na de oorlog werd dit idee uitgewerkt en 15 mei 1948 vond de
constituering plaats van de Faculteit der economische en sociale weten-
schappen. In de toevoeging sociale wetenschappen zit een nieuw element
dat overgenomen werd van de Universiteit van de gemeente Amsterdam,
waar Jan Romein ijverde voor de erkenning der pohtieke en sociale we-
tenschappen.^s
Prof dr. Z.W. Sneller opende de Faculteit der economische en sociale
wetenschappen op 3 oktober 1948. Op 1 oktober 1949 werd het perceel
Koningslaan 31 in Amsterdam-Zuid voor de Faculteit der economische en
sociale wetenschappen officieel in gebruik genomen. Daarop volgen, in
oktober en november 1950, de benoemingen van hoogleraren in de biolo-
gie en de geneeskunde. En in 1952 wordt per Koninklijk Besluit van 28
april, no. 226 de aanwijzing van de nieuwe Faculteit der geneeskunde
erkend. Eind 1952 worden nieuwe laboratoria geopend: De Lairessestraat
174, Prins Hendriklaan 27, Valeriusplein 11 en in september 1953 ook nog
een botanisch en zoölogisch laboratorium aan de Rapenburgstraat 128. In
1954 volgt binnen de Faculteit der Letteren en wijsbegeerte de instelling
van leerstoelen voor Frans, Engels en Duits. Hiervoor werd eind 1959 de
58
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's