Wetenschap en rekenschap - pagina 276
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
J. L E V E R / L . VLIJM
gevoelige dynamische processen van elkaar afhankelijk zijn, waardoor onder meer
hun absolute en relatieve aantallen worden bepaald. De kwalitatieve en kwanti-
tatieve aspecten van deze relaties vormen het veld van studie van populatiebiolo-
gen en oecologen.
Ongeveer tegelijkertijd ontwikkelde zich het onderzoek van het gedrag en van
gedragspatronen (ethologie) en van de fundamentele structuur en werking van het
zenuwstelsel (neurofysiologie), met tevens aandacht voor de processen die leer-
vermogen en geheugen bepalen.
Uiteraard ontstonden de subdisciplines van de biologie niet los van elkaar. Er trad
onderlinge bevruchting op, en ontwikkehngen in het ene gebied maken vaak de
ontwikkeling in een ander gebied mede mogelijk. Daarbij is de som méér dan de
delen, en het is zaak voor elke bioloog zich een globaal en geïntegreerd beeld van
de belangrijkste onderlinge relaties binnen het vakgebied te vormen.
De biologie staat echter niet meer op zichzelf. Aanvankelijk stonden biologie en
maatschappij los van elkaar. Dat er sinds lang kwekers waren die planten en
dieren wisten te veranderen sprak de biologen zelfs niet of nauwelijks aan. De
maatschappij werd eigenlijk pas voor het eerst met de werkzaamheid van biologen
geconfronteerd, toen deze met de hypothese van de evolutie voor het voetlicht
traden. Dit had grote invloed op velerlei gebied van de menselijke samenleving,
met name, zoals wij hierboven reeds zagen, op de religieuze beschouwingen en op
de politiek.
Daarna had de biologie, vooral nadat de erfelijkheidswetten beschreven waren en
planten- en dierfysiologie ontwikkeld waren, door velerlei praktische toepassin-
gen, allereerst door het cultiveren van planten en dieren t.b.v. de voedselvoorzie-
ning, grote maatschappelijke effecten. Ook werden vanuit de biologische weten-
schappen, in samenwerking met medici en chemici, belangrijke bijdragen geleverd
bij de bestrijding van plagen en ziekten bij plant, dier en mens: fytopathologie,
parasitologic, bacteriologie en virologie. Ook aan ander biomedisch onderzoek
werd door biologen bijgedragen: kankeronderzoek, immunologische problemen
(resistentie, transplantatie), bloedonderzoek (bloedgroepen, bloedtransfusie), ge-
rontologie en endocrinologie. In al deze gevallen geldt vaak dat biologen, door
onderzoek met behulp van proefdieren, en vanuit het uitgangspunt dat de onder-
zochte verschijnselen universeel van aard zijn, „modellen" kunnen geven, die voor
het onderzoek bij mensen van grote invloed kunnen zijn.
Ook moet vermeld worden dat het veldonderzoek van oecologen en systematici
grote maatschappelijke effecten heeft. Het waren biologen die het eerst waar-
schuwden tegen het verarmend en daardoor rampzalig beïnvloeden van de natuur
door de menselijke samenleving. Zij wezen op het vernietigen van het landschap
en van onvervangbaar natuurgebied, op de voortschrijdende vervuiling van land,
lucht en water, op de vernietiging van planten- en diersoorten en op het onver-
272
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's